HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerRechtbank kritisch op opheffen vrachtwagenparkeerterrein voor nieuwe woonwijk

Rechtbank kritisch op opheffen vrachtwagenparkeerterrein voor nieuwe woonwijk

BREDA – De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de gemeente onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het besluit om een weg en een vrachtwagenparkeerterrein aan de openbaarheid te onttrekken voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. De uitspraak is door de rechtbank grotendeels geanonimiseerd, waardoor straat- en plaatsnamen in de uitspraak zijn weggelaten.

De gemeenteraad besloot eerder om een deel van een bestaande weg af te sluiten voor openbaar verkeer en een vrachtwagenparkeerterrein op te heffen. Daarmee wil de gemeente vrachtverkeer uit een toekomstige woonwijk weren. De weg moet worden verlegd zodat vrachtwagens langs de nieuwe woonwijk rijden in plaats van erdoorheen.

Verschillende ondernemers en omwonenden gingen tegen het besluit in beroep. Zij vrezen onder meer dat bedrijven slechter bereikbaar worden voor vrachtverkeer en dat belangrijke parkeermogelijkheden voor vrachtwagens verdwijnen. Ook wijzen zij op mogelijke extra kosten en beperkingen voor hun bedrijfsvoering.

De rechtbank vernietigde in 2024 al een eerder besluit van de gemeente wegens onvoldoende onderzoek. Daarna nam de gemeenteraad opnieuw een besluit, maar ook dat blijkt volgens de rechtbank op meerdere punten onvoldoende voorbereid.

Volgens de rechtbank heeft de gemeente onvoldoende onderzocht welke gevolgen het verdwijnen van het vrachtwagenparkeerterrein heeft voor individuele bedrijven in de omgeving. Ook is niet goed in kaart gebracht welke vrachtwagencombinaties bedrijven gebruiken en of deze na de herinrichting nog wel veilig en praktisch bereikbaar zijn.

Een belangrijk discussiepunt is de bereikbaarheid van een bedrijf met vrachtwagencombinaties tot 22 meter lengte. Volgens de rechtbank heeft de gemeente ten onrechte aangenomen dat dergelijke voertuigen het terrein nu niet legaal kunnen bereiken. Uit stukken van de RDW en verklaringen van betrokken ondernemers blijkt volgens de rechtbank juist dat dit wel mogelijk en toegestaan is.

Daarnaast stelt de rechtbank dat de belangen van bedrijven die afhankelijk zijn van het vrachtwagenparkeerterrein onvoldoende zijn meegewogen. Ondernemers voerden onder meer aan dat chauffeurs buiten openingstijden nergens meer terechtkunnen en dat alternatieve parkeerlocaties op flinke afstand liggen.

De rechtbank vindt wel dat de gemeente voldoende heeft onderbouwd dat er op een alternatieve locatie in totaal voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor vrachtwagens. Dat betekent volgens de rechtbank echter niet automatisch dat ook alle individuele bedrijfsbelangen voldoende zijn meegenomen in de besluitvorming.

Omdat het besluit volgens de rechtbank nog verschillende gebreken bevat, krijgt de gemeenteraad acht weken de tijd om aanvullend onderzoek te doen en de motivering aan te vullen of een nieuw besluit te nemen. Het gaat om een tussenuitspraak; een definitief oordeel volgt later.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres