spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSSpoorvervoerCapaciteit spoorgoederenvervoer Barendrecht zakte door verzakking van acht naar drie treinen per...

Capaciteit spoorgoederenvervoer Barendrecht zakte door verzakking van acht naar drie treinen per uur

DEN HAAG – Door problemen met het spoor bij Barendrecht konden gedurende een deel van augustus nog maar drie goederentreinen per uur richting het achterland worden ingepland, terwijl normaal acht treinpaden per uur beschikbaar zijn. De problemen ontstonden doordat het spoor was verzakt en verschoven, waardoor een betonnen rand te dicht bij passerende locomotieven kwam te liggen. Opvallend is dat de afwijking niet tijdens reguliere controles werd ontdekt, maar pas nadat een machinist meldde dat de treeplank van zijn locomotief de betonnen rand had geraakt. ProRail onderzoekt waarom het probleem niet eerder is opgemerkt.

Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat op Kamervragen van BBB en JA21, die op 24 september naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

De problemen hadden grote gevolgen voor het spoorgoederenvervoer tussen de Rotterdamse haven en het Europese achterland. Normaal zijn bij Barendrecht acht treinpaden per uur richting het achterland beschikbaar. Tijdens een deel van de problemen waren dat er maximaal drie.

Om goederenvervoer toch zoveel mogelijk doorgang te laten vinden, werden treinen omgeleid via Utrecht. Tijdens herstelwerkzaamheden werden bovendien enkele NS-treinen tijdelijk opgeheven om capaciteit voor goederentreinen vrij te maken. Vervoerders kregen te maken met vertragingen, omleidingen, extra kosten en mogelijk ook uitval van treinen.

Spoor verzakt en verschoven

Aanvankelijk werd gesproken over problemen met de tunnelwand, maar volgens de staatssecretaris gaat het daar niet om. Naast het spoor bevindt zich een betonnen ontsporingsrand tegen een verhoogd looppad.

Door een verzakking en verschuiving van het spoor was de afstand tussen het spoor en deze betonnen rand kleiner geworden. Daardoor voldeed de situatie niet langer aan de geldende maatvoering voor het profiel van vrije ruimte.

Het probleem kwam aan het licht nadat een machinist meldde dat een treeplank van zijn locomotief contact had gemaakt met de betonnen rand. Na een eerste inspectie werden aanvullende metingen uitgevoerd, waarbij de afwijkende maatvoering werd vastgesteld.

ProRail onderzoekt nu hoe de verzakking en verschuiving konden ontstaan, hoe het probleem zich heeft kunnen ontwikkelen en waarom het tijdens eerdere controles en regulier onderhoud niet is ontdekt.

Twee locomotieven raakten betonnen rand

Inmiddels is duidelijk dat zich twee geregistreerde incidenten hebben voorgedaan. Op 29 juli raakte een locomotief op spoor BE de betonnen rand. Een tweede melding volgde op 25 augustus op spoor CE. Bij beide incidenten ging het om een locomotief van het type E1600.

Volgens ProRail gaf het contact tussen de treeplank en de betonnen rand technisch gezien geen aanleiding om direct ontsporingsgevaar te veronderstellen. De situatie raakte volgens de staatssecretaris echter wel de spoorwegveiligheid. Omdat de infrastructuur niet meer aan de voorgeschreven maatvoering voldeed, werden beperkingen ingesteld en herstelwerkzaamheden uitgevoerd.

Uit de beschikbare informatie kan volgens het ministerie niet worden vastgesteld dat het type locomotief de oorzaak was. Ook kon niet worden uitgesloten dat andere spoorvoertuigen problemen zouden ondervinden. Daarom golden de beperkingen niet alleen voor de E1600-locomotieven.

Eerst 40, daarna 20 kilometer per uur

De eerste melding werd op 29 juli om 21.07 uur gedaan. Medewerkers van een aannemer waren op 30 juli om 00.36 uur ter plaatse.

Op 31 juli stelde een inspecteur uit voorzorg een snelheidsbeperking van 40 kilometer per uur in op spoor BE. Later diezelfde dag werd die snelheid verlaagd naar 20 kilometer per uur.

Aanvullend onderzoek kostte tijd vanwege de beschikbaarheid van personeel en materieel en de mogelijkheden om sporen buiten dienst te stellen. Op 13 augustus werden uiteindelijk beperkingen ingesteld op alle drie de goederensporen.

De beperkingen in de dienstregeling werden op 27 augustus om 16.30 uur beëindigd. Met de twee beschikbare sporen kon vanaf dat moment de reguliere dienstregeling weer worden uitgevoerd. Op de herstelde en vrijgegeven sporen kunnen alle toegelaten locomotieftypen weer met de normale dienstregelingssnelheid rijden.

Economische schade niet vast te stellen

Hoe groot de economische schade voor de spoorgoederensector precies is, kan het ministerie niet vaststellen. Wel staat volgens de staatssecretaris vast dat vervoerders vertragingen en omleidingen hebben gehad en mogelijk treinen hebben moeten laten uitvallen. Dat heeft niet alleen financiële gevolgen voor vervoerders, maar veroorzaakt ook kosten verderop in de logistieke keten.

Een algemene compensatieregeling vanuit het ministerie komt er niet. Voor eventuele schadeclaims gelden de afspraken in onder meer de Netverklaring en de toegangsovereenkomsten tussen ProRail en vervoerders. Het ministerie is geen partij bij individuele schadeclaims. Ook het tijdelijk verlagen van de gebruiksvergoeding is volgens de staatssecretaris niet aan de orde.

Vervoerders kritisch op afhandeling ProRail

Uit de stukken blijkt verder dat goederenvervoerders kritiek hebben geuit op de logistieke afhandeling van het incident door ProRail Verkeersleiding. ProRail laat daarom een evaluatie uitvoeren. Daarbij wordt gekeken naar de snelheid en effectiviteit van de logistieke besluitvorming en naar mogelijke verbeteringen voor toekomstige incidenten.

In de interne beslisnota van het ministerie wordt eveneens vastgesteld dat de beperkingen tot vertragingen en extra kosten hebben geleid en dat vervoerders kritiek hebben geuit op de logistieke afhandeling.

Tijdens de problemen heeft ProRail ook een aantal geplande werkzaamheden geannuleerd, waaronder regulier onderhoud, om meer ruimte te creëren voor het goederenvervoer.

Groot effect op Betuweroute

De locatie bij Barendrecht is van groot belang voor het goederenvervoer vanuit de Rotterdamse haven. Volgens de staatssecretaris had het incident dan ook een groot effect op het gebruik van de Betuweroute. Bij een stremming van het knooppunt kan veel minder verkeer gebruikmaken van een deel van de Betuweroute en moeten goederentreinen worden omgeleid.

ProRail onderzoekt niet alleen de technische oorzaak van de verzakking, maar ook of monitoring, inspecties of specialistische capaciteit voor dit soort afwijkingen moeten worden versterkt. De uitkomsten moeten bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres