spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerRechter: werknemer moet €3.250 voor opleiding vrachtwagenrijbewijs C terugbetalen

Rechter: werknemer moet €3.250 voor opleiding vrachtwagenrijbewijs C terugbetalen

AMSTERDAM – Een voormalig uitzendkracht moet 3.250 euro aan opleidingskosten voor het behalen van zijn vrachtwagenrijbewijs C terugbetalen aan Olympia Nederland. Volgens de rechtbank Amsterdam mocht de werkgever een terugbetalingsregeling voor de opleiding hanteren, omdat het rijbewijs C in dit geval een startkwalificatie voor het beroep van vrachtwagenchauffeur was en geen noodzakelijke scholing voor de functie die de werknemer op dat moment uitoefende.

Dat blijkt uit een vonnis van de kantonrechter in Amsterdam dat woensdag 26 augustus is gepubliceerd. De werknemer verscheen niet in de procedure en reageerde ook niet schriftelijk, waarna verstek tegen hem werd verleend.

Van bijrijder naar vrachtwagenchauffeur

Volgens Olympia had de werknemer het bedrijf benaderd met het verzoek via de uitzendorganisatie een opleiding te volgen voor het behalen van rijbewijs C. Het was de bedoeling dat hij daarna via Olympia als uitzendkracht een vrachtwagen zou gaan besturen.

Partijen sloten daarvoor een opleidingsovereenkomst, die de werknemer digitaal ondertekende.

Op het moment dat de opleidingsovereenkomst werd gesloten, werkte de man al als uitzendkracht bij Olympia, maar in de functie van bijrijder. Na het behalen van zijn rijbewijs voldeed hij volgens Olympia niet aan de voorwaarde om vervolgens als uitzendkracht voor het bedrijf arbeid te verrichten.

Daarom wilde Olympia de voorgeschoten opleidingskosten terug.

Opleiding kostte ruim 5.300 euro

Olympia had vier facturen voor de opleiding betaald voor in totaal 5.315,24 euro. De werknemer had zelf al een eigen bijdrage van 1.650 euro betaald. Olympia vorderde daarom aanvankelijk nog 3.665,24 euro, plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Een belangrijke vraag voor de rechter was echter of de werknemer überhaupt verplicht kon worden de opleidingskosten terug te betalen.

Volgens artikel 7:611a van het Burgerlijk Wetboek moet een werkgever bepaalde scholing die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de functie kosteloos aanbieden. Een beding waarbij de werknemer dergelijke verplichte scholingskosten moet terugbetalen, kan nietig zijn.

Rijbewijs C is volgens rechter startkwalificatie

Daar was volgens de kantonrechter in deze zaak geen sprake van. De werknemer werkte ten tijde van de opleiding namelijk als bijrijder. Voor die werkzaamheden had hij geen vrachtwagenrijbewijs nodig.

Bovendien was het volgens de rechtbank de wens van de werknemer zelf om een vrachtwagen te gaan besturen. Olympia had hem tijdens de opleiding ook niet opgedragen werkzaamheden uit te voeren waarvoor rijbewijs C noodzakelijk was.

De kantonrechter concludeert daarom dat de rijopleiding niet noodzakelijk was voor de functie die de werknemer op dat moment vervulde.

Het behalen van rijbewijs C moet in deze situatie volgens de rechter worden gezien als een opleiding voor het verkrijgen van een startkwalificatie als vrachtwagenchauffeur. Zonder die kwalificatie kan iemand geen werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur uitvoeren, ook niet onder supervisie.

Een dergelijke startkwalificatie valt volgens de rechtbank niet onder de verplichting van de werkgever om noodzakelijke scholing kosteloos aan te bieden. Het studiekostenbeding was daarom niet nietig.

Geen 3.665 maar 3.250 euro terugbetalen

Olympia krijgt echter niet het volledige gevorderde bedrag van 3.665,24 euro terug. In de opleidingsovereenkomst waren de totale opleidingskosten vastgesteld op 4.900 euro. Volgens de rechter heeft Olympia onvoldoende onderbouwd waarom de werknemer méér dan dat bedrag verschuldigd zou zijn.

Na aftrek van de reeds betaalde eigen bijdrage van 1.650 euro resteert daarom 3.250 euro.

De werknemer moet dat bedrag terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de betreffende facturen.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wees de kantonrechter af, omdat de verstuurde aanmaning niet aan de wettelijke eisen voldeed.

Daarnaast moet de werknemer 989,04 euro aan proceskosten betalen.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres