BRUSSEL – De Europese Commissie is een inbreukprocedure gestart tegen Nederland en dertien andere EU-lidstaten omdat zij nieuwe Europese regels voor wegcontroles op het vervoer van gevaarlijke goederen niet tijdig en volledig hebben omgezet in nationale wetgeving.
Naast Nederland gaat het om België, Bulgarije, Tsjechië, Griekenland, Cyprus, Letland, Luxemburg, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Zweden.
De Commissie heeft de betrokken landen een aanmaningsbrief (letter of formal notice) gestuurd. Daarmee is de eerste stap gezet in een Europese inbreukprocedure.
Controles aangepast aan technische ontwikkelingen
De nieuwe regels zijn vastgelegd in Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2025/1801. Daarmee worden de procedures voor controles langs de weg op voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren aangepast aan de nieuwste wetenschappelijke en technische ontwikkelingen.
De richtlijn vervangt onder meer de uniforme controlelijst die inspectiediensten gebruiken tijdens wegcontroles. Ook is de lijst met mogelijke overtredingen en de bijbehorende risicocategorieën geactualiseerd.
Deadline verstreken
De lidstaten hadden tot 23 juni 2026 de tijd om de richtlijn volledig in hun nationale wetgeving op te nemen en de Europese Commissie daarvan op de hoogte te stellen.
Volgens de Commissie hebben de veertien betrokken lidstaten dat nog niet volledig gedaan. Daarom zijn zij formeel aangeschreven.
Twee maanden om te reageren
De betrokken landen krijgen nu twee maanden de tijd om te reageren en alsnog aan te tonen dat de richtlijn volledig is omgezet in nationale regelgeving.
Blijft een bevredigende reactie uit, dan kan de Europese Commissie besluiten de volgende stap in de inbreukprocedure te zetten door een met redenen omkleed advies (reasoned opinion) uit te brengen.
De aangepaste regelgeving moet bijdragen aan uniforme en actuele controles op het wegvervoer van gevaarlijke stoffen binnen de Europese Unie en daarmee de verkeersveiligheid en de veiligheid van mens en milieu verder verbeteren.






