UTRECHT – Twee huurders van een woning in Utrecht zijn door de Rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot betaling van ruim €31.000 aan contractuele boetes wegens het illegaal onderverhuren van hun huurwoning aan Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs. Daarnaast moeten zij eventuele met de onderverhuur behaalde winst afdragen. Dat blijkt uit een op 13 juli gepubliceerde uitspraak.
De verhuurder startte een civiele procedure nadat in de zomer van 2025 meerdere klachten waren binnengekomen over geluidsoverlast en een vermoeden van illegale onderverhuur aan Roemeense arbeidsmigranten. Een recherchebureau stelde vervolgens een uitgebreid onderzoek in, bestaande uit onder meer observaties, getuigenverklaringen en gesprekken met bewoners.
Woning ingericht als chauffeursverblijf
Volgens de rechtbank is voldoende bewezen dat de woning structureel werd gebruikt voor de huisvesting van Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs van een transportbedrijf. In de woning werden onder meer meerdere bedden op één kamer, slaapbanken in de woonkamer, Engelstalige en Roemeense huisregels met de titel “House Rules for Drivers’ Residence” en CMR-documenten van een transportbedrijf aangetroffen. Ook bevestigden de eigenaar van het transportbedrijf en een van de aanwezige chauffeurs aanvankelijk dat de woning werd gebruikt om chauffeurs te laten eten, rusten en overnachten.
De huurders voerden aan dat het slechts ging om vrienden die tijdelijk verbleven en dat geen sprake was van onderverhuur. De kantonrechter achtte die verklaring echter ongeloofwaardig en oordeelde dat sprake was van een structurele, bedrijfsmatige logiesfunctie waarvoor een tegenprestatie werd ontvangen.
Geen beroep op consumentenbescherming
De huurders probeerden zich daarnaast te beroepen op consumentenbescherming om de contractuele boetebepalingen buiten werking te stellen. De rechtbank wees dat verweer af. Volgens de kantonrechter handelden de huurders niet als consumenten, maar als professionele partijen doordat zij de woning bedrijfsmatig exploiteerden voor de huisvesting van chauffeurs.
Boetes en winstafdracht
De rechtbank veroordeelde de huurders hoofdelijk tot betaling van twee contractuele boetes van respectievelijk €16.372,32 en €15.000, samen goed voor €31.372,32. Daarnaast moeten zij eventuele winst die met de onderverhuur is behaald afdragen. De exacte hoogte daarvan zal in een afzonderlijke schadestaatprocedure worden vastgesteld. Ook werden buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen.
Een gevorderde vergoeding van ruim €10.700 aan onderzoekskosten werd afgewezen, omdat de verhuurder onvoldoende had aangetoond dat deze kosten daadwerkelijk voor haar rekening waren gekomen.






