PIACENZA – Het Italiaanse logistieke bedrijf Torello roept op tot eenvoudigere en snellere regels voor het aantrekken van vrachtwagenchauffeurs van buiten de Europese Unie. Volgens het bedrijf is het chauffeurstekort allang niet meer alleen een probleem van de arbeidsmarkt, maar vooral van trage administratieve procedures, certificering en integratie.
Hoewel Torello zelf chauffeurs kan werven en opleiden, duurt het volgens het bedrijf veel te lang voordat zij daadwerkelijk aan het werk kunnen.
Lang traject voor chauffeurs van buiten de EU
Volgens Vincenzo Loria, HR Generalist bij Torello, vormt het huidige Italiaanse systeem een grote belemmering. Bedrijven moeten via het zogenoemde Decreto Flussi-programma jaarlijks hun personeelsbehoefte aangeven en vervolgens deelnemen aan een “click day”, waarbij werkvergunningen voor niet-EU-werknemers worden verdeeld.
Zelfs wanneer een vergunning wordt toegekend, kan het nog maanden duren voordat een chauffeur een visum ontvangt en Italië mag binnenkomen. Daarna volgt een nieuw traject voordat de chauffeur daadwerkelijk de weg op mag.
“We kunnen mensen naar Italië halen, maar daarna lopen we tegen het probleem van het rijbewijs en de vakbekwaamheidscertificering aan”, zegt Loria.
Vakbekwaamheid en verblijfsvergunning zorgen voor vertraging
Een belangrijke hobbel is het Italiaanse vakbekwaamheidscertificaat (CQC), dat verplicht is voor beroepschauffeurs. Zonder dit certificaat mag een chauffeur geen professioneel transport uitvoeren. Bovendien moet de opleiding volledig in het Italiaans worden gevolgd.
Daarnaast vormt ook de verblijfsvergunning regelmatig een knelpunt. Volgens Torello wordt deze in veel gevallen pas ruim een jaar na aankomst in Italië afgegeven. Daardoor loopt ook de afgifte van de chauffeursattest voor internationaal wegvervoer vertraging op.
Het gevolg is dat chauffeurs, ondanks hun werving, verhuizing en opleiding, soms nog zes tot twaalf maanden moeten wachten voordat zij internationaal inzetbaar zijn.
Opleiden is niet het probleem
Volgens Torello ligt het probleem niet bij de opleiding zelf. Het bedrijf zegt een kandidaat in drie tot zes maanden te kunnen opleiden tot professioneel chauffeur. De grootste vertraging ontstaat door de administratieve procedures.
“Wat documenten betreft zouden mensen al volledig gekwalificeerd in Italië moeten aankomen. De opleiding kunnen wij zelf verzorgen”, aldus Loria.
De taal vormt daarbij een extra uitdaging. Chauffeurs uit onder meer Kirgizië, India, Tunesië en Marokko moeten eerst Italiaans leren, daarna de Italiaanse regelgeving bestuderen en vervolgens het CQC-examen in het Italiaans afleggen. Daardoor duurt het volgens Torello vaak minimaal een jaar voordat zij volledig inzetbaar zijn.
Bedrijf investeert zelf in opleiding
Tijdens de wachttijd probeert Torello de tijd nuttig te besteden door chauffeurs rijtrainingen, taallessen Italiaans en opleidingen over wet- en regelgeving aan te bieden.
Omdat de chauffeurs nog niet volledig bevoegd zijn, kunnen praktijklessen alleen plaatsvinden op het eigen terrein van het bedrijf en niet op de openbare weg. Torello betaalt deze opleidingen volledig uit eigen middelen.
Volgens het bedrijf zouden meer geharmoniseerde Europese regels het proces aanzienlijk kunnen versnellen. De snelheid waarmee een vakbekwaamheidscertificaat kan worden behaald verschilt nu sterk per EU-land, terwijl chauffeurs zich altijd moeten kwalificeren in het land waar zij gaan werken én in de taal van dat land.
Internationale samenwerking biedt slechts gedeeltelijke oplossing
Italië en Tunesië werken inmiddels samen binnen het zogenoemde Piano Mattei-programma om chauffeurs al vóór hun komst naar Italië te selecteren en voor te bereiden. Volgens Torello is dat een stap in de goede richting, maar lost het de kern van het probleem niet op.
De chauffeurs moeten nog altijd hun Italiaanse CQC behalen en blijven afhankelijk van langdurige administratieve procedures.
Internationale personeelsbestand
De chauffeursvloot van Torello is inmiddels sterk internationaal samengesteld. Ongeveer 60 procent van de chauffeurs heeft een buitenlandse nationaliteit. Van die groep komt circa 60 procent uit andere Europese landen en 40 procent uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Binnen het bedrijf zijn vijftien nationaliteiten vertegenwoordigd en worden vijf tot zes verschillende talen gesproken.
Om de integratie te vergemakkelijken neemt Torello ook kantoormedewerkers aan die de talen van de chauffeurs spreken. Zo werden eerder Roemeenssprekende medewerkers aangesteld en wordt nu gezocht naar medewerkers die Arabisch spreken.
“Het gaat uiteindelijk altijd om mensen. Het is een relatie. Het is een collega”, aldus Loria.
Investeren in behoud van chauffeurs
Naast werving zet Torello ook in op het behouden van chauffeurs. De gemiddelde leeftijd van de chauffeurs ligt tussen de 40 en 45 jaar. Om jongere mensen aan te trekken investeert het bedrijf onder meer in goede verblijfsmogelijkheden.
Bij het hoofdkantoor in Piacenza beschikt Torello over een beveiligde parkeerplaats met hostelvoorzieningen, waaronder slaapplaatsen, douches, een keuken en wasmachines. Een vergelijkbare voorziening wordt voorbereid bij de vestiging in Montoro.
Daarnaast schrijft het bedrijf voor dat internationale chauffeurs uitsluitend gebruikmaken van beveiligde parkeerplaatsen. Dat moet niet alleen de lading beschermen, maar ook de chauffeurs zelf.
Volgens Loria draait het behouden van personeel uiteindelijk niet om ingewikkelde bonusregelingen.
“Er bestaat geen wonderformule. Het gaat om respect, luisteren en ervoor zorgen dat chauffeurs zich onderdeel voelen van het bedrijf.”
Familiebedrijf met internationale activiteiten
Torello werd in 1975 opgericht en is een Italiaans familiebedrijf dat nationaal en internationaal actief is in wegtransport, contractlogistiek en supplychain-oplossingen. Het bedrijf beschikt over een vloot van meer dan 3.200 voertuigen en biedt daarnaast warehousing en last-mile-distributie aan.






