‘S-HERTOGENBOSCH – De rechtbank Oost-Brabant heeft een 35-jarige verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden voor zijn rol bij de oplichting van een bedrijf in Veldhoven, waarbij twaalf pallets met sneakers ter waarde van ongeveer 200.000 euro werden buitgemaakt. De rechtbank hield bij de straf rekening met een overschrijding van de redelijke termijn.
Voorgedaan als bonafide transporteur
De zaak draait om een incident op 1 oktober 2021. Volgens de rechtbank regelde de verdachte onder valse voorwendselen een vrachtwagen met chauffeur, zogenaamd voor een verhuizing. In werkelijkheid werd de vrachtwagen ingezet om een lading sneakers op te halen bij een bedrijf in Veldhoven.
Op het terrein werd de vrachtwagen, overeenkomstig de normale bedrijfsprocedures, aan een laaddock geplaatst. Medewerkers laadden vervolgens twaalf pallets met sneakers in de oplegger. Daarbij werd een CMR-vrachtbrief ondertekend waarop ten onrechte stond vermeld dat de goederen werden opgehaald door een reguliere transporteur.
Lading overgeladen en verdwenen
Na het laden reed de vrachtwagen naar een locatie in Engelen (‘s-Hertogenbosch), waar de sneakers werden overgeladen in een bestelwagen en vervolgens verdwenen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte een initiërende rol speelde. Hij regelde het transport, gaf het laadadres door aan de chauffeur, zat tijdens de rit uit het zicht achterin de cabine en hielp later mee bij het overladen van de sneakers. Zijn verklaring dat hij dacht te helpen bij een verhuizing achtte de rechtbank ongeloofwaardig.
Handelsverkeer geschaad
Volgens de rechtbank is sprake van een geraffineerde en brutale vorm van oplichting.
Door zich voor te doen als een bonafide transporteur werd misbruik gemaakt van de gebruikelijke logistieke processen binnen het bedrijf. Daarmee werd niet alleen aanzienlijke financiële schade veroorzaakt, maar ook het vertrouwen in het handels- en transportverkeer geschaad. De rechtbank oordeelde dat de verdachte uitsluitend uit winstbejag handelde en zich niets aantrok van de belangen van het gedupeerde bedrijf.
Lagere straf door lange duur van de zaak
De rechtbank achtte de feiten in beginsel ernstig genoeg voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Omdat de behandeling van de zaak echter ruim twee jaar langer duurde dan de redelijke termijn toestaat en deze vertraging niet aan de verdachte te wijten was, zag de rechtbank daarvan af.
In plaats daarvan kreeg de verdachte een taakstraf van 160 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank legde daarmee een zwaardere voorwaardelijke gevangenisstraf op dan door het Openbaar Ministerie was geëist.
Schadevordering niet-ontvankelijk
Het benadeelde bedrijf had een schadevergoeding gevorderd van ruim 203.000 euro, vermeerderd met onderzoekskosten. De rechtbank verklaarde de vordering echter niet-ontvankelijk, omdat geen geldige machtiging was overgelegd waaruit bleek dat de indiener bevoegd was de onderneming in de strafzaak te vertegenwoordigen. Het bedrijf kan de schade nog wel bij de burgerlijke rechter vorderen.






