BRUSSEL – De International Road Transport Union (IRU) roept op tot praktische aanpassingen van de voorgestelde Europese Industrial Accelerator Act (IAA). Volgens de internationale wegvervoerorganisatie moet de nieuwe wetgeving de industriële concurrentiekracht en verduurzaming versterken, zonder daarbij de wegtransportsector onnodig te belasten.
De Europese Commissie presenteerde de Industrial Accelerator Act eerder dit jaar met als doel de industriële basis van de Europese Unie te versterken, strategische afhankelijkheden te verminderen en investeringen in schone technologieën en productiecapaciteit te versnellen.
Gevolgen voor wegtransport
De voorgestelde wet moet strategische industriële projecten binnen de EU stimuleren via gerichte financiële steun, speciale industriële versnellingszones en nieuwe regels die de aankoop van producten met een sterke Europese waardeketen bevorderen.
Hoewel de wet een brede industriële reikwijdte heeft, krijgt ook het commerciële wegtransport ermee te maken. Zo zouden elektrische voertuigen die worden aangeschaft met publieke steun of via openbare aanbestedingen moeten voldoen aan zogenoemde “Union origin”-criteria, oftewel een “Made in Europe”-eis.
IRU ondersteunt de ambitie om de Europese industrie te versterken en de verduurzaming te versnellen, maar waarschuwt dat de huidige voorstellen kunnen leiden tot hogere kosten, extra administratieve lasten en meer investeringsonzekerheid voor vervoerders.
Zorgen over 2035-grens
Een belangrijk punt van zorg voor IRU is de voorgestelde afkapdatum van 2035. Volgens Raluca Marian, EU-directeur van IRU, investeren vervoerders momenteel al in elektrische wagenparken op basis van de huidige marktomstandigheden.
“De voorgestelde afkapdatum van 2035 zorgt voor grote onzekerheid over de vraag of deze voertuigen in de toekomst nog in aanmerking komen voor openbare dienstverleningscontracten”, aldus Marian.
Volgens haar zou het voortijdig uitfaseren van voertuigen kunnen leiden tot zogenoemde “gestrande activa”, waarbij volledig functionerende bussen vroegtijdig buiten gebruik moeten worden gesteld. Dat zou niet alleen de kosten verhogen, maar ook haaks staan op de principes van de circulaire economie.
Hogere kosten voor kleinere vervoerders
IRU benadrukt daarnaast dat betaalbaarheid een cruciale factor blijft, vooral voor kleine en middelgrote vervoersbedrijven. Strengere eisen rond Europese herkomst van voertuigen kunnen volgens de organisatie de aanschafkosten aanzienlijk verhogen en de overstap naar emissievrije voertuigen financieel bemoeilijken.
De organisatie waarschuwt dat maatregelen die bedoeld zijn om de Europese productie te versterken, onbedoeld de concurrentie kunnen beperken en de flexibiliteit bij aanbestedingen voor vervoerders en overheden kunnen verminderen.
Verbeteringen noodzakelijk
In haar standpunt pleit IRU onder meer voor een betere integratie van transportterminals en een sterkere verbinding tussen industriële versnellingszones. Goede transportverbindingen zijn volgens de organisatie essentieel om de doelstellingen op het gebied van concurrentiekracht en verduurzaming te realiseren.
“De Industrial Accelerator Act kan zowel de industriële ambities van de EU als de verduurzaming van het transport ondersteunen, maar alleen als de wetgeving in de praktijk werkbaar is voor wegvervoerders”, aldus Marian.
IRU geeft aan in gesprek te blijven met beleidsmakers om ervoor te zorgen dat de definitieve wetgeving aansluit bij de economische realiteit van de wegtransportsector en een haalbare en betaalbare transitie mogelijk maakt.






