AMSTELVEEN – KLM heeft dinsdag 9 juni samen met INERATEC, MB Energy en Hamburg Airport een passagiersvlucht uitgevoerd tussen Amsterdam en Hamburg met een bijmenging van synthetische kerosine, ook wel e-SAF genoemd.
Volgens KLM gaat het om de eerste passagiersvlucht naar Duitsland waarbij gebruik is gemaakt van deze brandstof. De vlucht werd uitgevoerd door KLM Cityhopper met een bijmenging van vijf procent synthetische kerosine.
De e-SAF werd geproduceerd door INERATEC, waarna MB Energy de brandstof mengde met fossiele kerosine. Vervolgens werd het mengsel op Amsterdam Airport Schiphol getankt.
Synthetische vliegtuigbrandstof wordt geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit, CO₂ en water. Volgens KLM kan de uitstoot over de volledige levenscyclus daarmee met meer dan 90 procent worden verminderd ten opzichte van fossiele kerosine.
KLM voerde in 2021 al een eerste commerciële vlucht met synthetische kerosine uit naar Madrid. Toen werd nog 500 liter e-SAF bijgemengd. Voor de huidige vlucht ging het om 200 liter. Daarmee wil de luchtvaartmaatschappij aangeven dat de beschikbaarheid van synthetische brandstoffen nog altijd sterk achterblijft bij de Europese ambities.
Volgens KLM is momenteel slechts een klein deel van het Europese e-SAF-mandaat voor 2030 daadwerkelijk in productie. Ook de hoge kosten vormen een uitdaging. e-SAF is momenteel ongeveer vier keer duurder dan reguliere SAF en circa acht keer duurder dan conventionele kerosine.
“De vlucht naar Hamburg laat opnieuw zien dat vliegen op synthetische kerosine technisch mogelijk is. Maar de realiteit is dat de beschikbaarheid van e-SAF ver achterblijft bij de ambitie,” zegt Marjan Rintel. Volgens haar zijn investeringen en ondersteuning vanuit overheden noodzakelijk om de productie en beschikbaarheid van alternatieve vliegtuigbrandstoffen op te schalen.
Ook Christian Kunsch noemt de vlucht een belangrijke stap richting lagere CO₂-uitstoot in de luchtvaart. Volgens hem is de infrastructuur op Hamburg Airport inmiddels volledig voorbereid op het gebruik van alternatieve brandstoffen.
Tim Boeltken stelt dat de vlucht aantoont dat zogenoemde power-to-liquid-brandstoffen veilig en operationeel inzetbaar zijn in reguliere passagiersvluchten.
Volgens Jonathan Perkins laat de operatie zien hoe brandstoffen met een lagere CO₂-uitstoot geïntegreerd kunnen worden in bestaande luchtvaartinfrastructuur en operaties.






