ROTTERDAM – De kantonrechter in Rotterdam heeft het ontslag op staande voet van een chauffeur vernietigd. Volgens de rechtbank was onvoldoende sprake van een dringende reden en kreeg de werknemer geen reële kans om zijn gedrag te verbeteren.
De chauffeur trad op 6 januari 2025 in dienst bij het transportbedrijf en werd op 18 september 2025 op staande voet ontslagen wegens veelvuldig te laat komen. De werknemer vocht het ontslag aan bij de rechtbank.
Tijdens de procedure bleek dat het transportbedrijf op 24 maart 2026 failliet was verklaard. Volgens de kantonrechter stond dat echter niet in de weg aan een inhoudelijke behandeling van de zaak, omdat de werknemer belang had bij een uitspraak in verband met zijn uitkeringsrechten.
Uit de uitspraak blijkt dat de werkgever op 18 september 2025 eerst via WhatsApp aan de chauffeur liet weten dat er voorlopig geen werk meer voor hem was en dat hij ontslagen was. Pas daarna volgden per e-mail twee officiële waarschuwingen over het te laat komen, gevolgd door de ontslagbrief.
Volgens de kantonrechter blijkt uit deze gang van zaken dat de werknemer geen daadwerkelijke verbeterkans heeft gekregen. “Dat is wel de bedoeling van een officiële waarschuwing”, stelt de rechtbank. Ook oordeelde de rechter dat geen sprake was van een onverwijld gegeven ontslag op staande voet.
De rechtbank vernietigde daarom het ontslag op staande voet en veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten van in totaal 140 euro.





