ARNHEM – Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat een transportbedrijf geen recht had op aftrek van ruim 35.000 euro aan voorbelasting. Daardoor blijft een naheffingsaanslag omzetbelasting van in totaal 40.272 euro in stand.
De zaak draaide om een transportonderneming die onder meer transportwerkzaamheden uitvoerde voor PostNL. Een groot deel van die werkzaamheden verliep via een gelieerde tussenpersoon. Volgens de rechtbank waren meerdere betrokken bedrijven nauw met elkaar verbonden via familiebanden en hetzelfde vestigingsadres.
Facturen aangepast na derdenbeslag
Uit de uitspraak blijkt dat de Belastingdienst in oktober 2018 derdenbeslag had gelegd onder een transportbedrijf vanwege openstaande belastingschulden. Kort daarna veranderde de facturering tussen de betrokken ondernemingen.
Waar transportdiensten eerder rechtstreeks werden gefactureerd aan een vervoersbedrijf, werden de facturen na het beslag ineens gestuurd aan een andere gelieerde bv. Volgens de rechtbank is onvoldoende duidelijk geworden waarom die wijziging plaatsvond en welke rechtsverhouding daaraan ten grondslag lag.
De rechtbank achtte daarbij van belang dat sprake was van ondernemingen van vader, zoon en tante, die bovendien op hetzelfde adres waren gevestigd. Daardoor konden facturen volgens de rechtbank eenvoudig worden aangepast aan wat financieel het meest aantrekkelijk was.
Geen bewijs voor daadwerkelijke prestaties
Het transportbedrijf stelde dat het gebruik maakte van diensten van de andere bv en daarom recht had op aftrek van omzetbelasting. De rechtbank ging daar niet in mee.
Volgens de rechters ontbreekt ieder concreet aanknopingspunt dat daadwerkelijk sprake was van een rechtsbetrekking tussen beide ondernemingen voor het uitvoeren van transportdiensten. Ook zouden geen stukken of verifieerbare gegevens zijn overgelegd waaruit bleek welke afspraken waren gemaakt of welke werkzaamheden precies waren verricht.
Daarnaast speelde mee dat personeel en leasecontracten van het ene bedrijf in november 2018 waren overgenomen door de andere onderneming. Daardoor achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat daarna nog transportprestaties door het oorspronkelijke bedrijf konden zijn verricht.
Naheffing en belastingrente blijven staan
De naheffingsaanslag omzetbelasting van 40.272 euro en de belastingrente van 2.716 euro blijven daarom volledig in stand. Het beroep van het transportbedrijf werd ongegrond verklaard.





