DEN HAAG – Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en werktijden. De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met het wetsvoorstel van minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat strengere regels invoert voor flexwerk, oproepcontracten en uitzendwerk.
Volgens het kabinet telt Nederland met 2,7 miljoen flexwerkers veruit het hoogste aantal werknemers met een flexibel contract binnen de Europese Unie. Dat komt neer op bijna drie op de tien werknemers. Met het wetsvoorstel wil het kabinet meer zekerheid bieden aan werknemers en tegelijkertijd draaideurconstructies met tijdelijke contracten tegengaan.
Als ook de Eerste Kamer instemt, kan de wet per 1 januari 2028 in werking treden.
Minister Vijlbrief spreekt van een belangrijke stap richting meer bestaanszekerheid voor werknemers. “Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is. Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst. En die zekerheid biedt ook ruimte voor scholing en ontwikkeling, wat goed is voor de werknemer en de werkgever”, aldus de minister.
Tijdelijke contracten sneller omzetten naar vast
Met de nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen nog bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Werknemers moeten sneller een vast contract krijgen. Daarnaast wordt het moeilijker om werknemers via zogenoemde draaideurconstructies langdurig op tijdelijke contracten te houden.
De Tweede Kamer paste het wetsvoorstel op dit punt nog aan. Na drie tijdelijke contracten mag een werkgever pas na drie jaar opnieuw een tijdelijk contract aanbieden. In het oorspronkelijke voorstel was dat nog vijf jaar.
Nulurencontract verdwijnt
De huidige oproepcontracten, zoals nulurencontracten, worden vervangen door een zogenoemd bandbreedtecontract. Daarbij worden een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, waarbij het maximum niet hoger mag zijn dan 130 procent van het minimumaantal uren.
Bijvoorbeeld: bij een contract van minimaal 10 uur mag maximaal 13 uur worden ingepland. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren. Daarnaast moet een werkgever een contract met meer uren aanbieden wanneer structureel meer wordt gewerkt.
Voor AOW-gerechtigden blijft het oproepcontract wel mogelijk. Die uitzondering gold al voor jongeren, scholieren en studenten met een bijbaan.
Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook uitzendkrachten krijgen meer bescherming. Werknemers die via een uitzendbureau werken, moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn.
Voor gelijke beloning volgde dit al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, maar met het wetsvoorstel wordt dit uitgebreid naar alle arbeidsvoorwaarden.
Daarnaast worden de zogenoemde flexibele fasen in de uitzendsector verkort. De periode waarin uitzendkrachten dagelijks ontslagen kunnen worden of geen zekerheid hebben over hun uren gaat van anderhalf jaar naar één jaar.
Ook krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Onderdeel van bredere hervorming arbeidsmarkt
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breder arbeidsmarktpakket waarmee het kabinet de Nederlandse arbeidsmarkt wil hervormen. De plannen moeten leiden tot meer zekerheid voor werknemers en tegelijkertijd meer flexibiliteit voor ondernemers.
De hervormingen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgeversorganisaties. Daarbij is onder meer gebruikgemaakt van aanbevelingen uit het rapport van de commissie-Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.





