LUXEMBURG – De inflatie in de eurozone is in maart uitgekomen op 2,6 procent, meldt Eurostat op basis van definitieve cijfers. De consumentenprijzen in het eurogebied zijn daarmee nog harder gestegen dan eerder gemeld, door de hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten.
In een eerdere schatting van het Europese statistiekbureau werd voor maart uitgegaan van een stijging van de inflatie naar 2,5 procent, van 1,9 procent in februari. De inflatie ligt daarmee boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Die mikt erop dat de prijzen rond de 2 procent stijgen.
De kerninflatie in het eurogebied, zonder de schommelende prijzen voor energie, voeding, alcohol en tabak, daalde wel tot 2,3 procent, van 2,4 procent in februari. Dat inflatiecijfer was gelijk aan de eerdere raming.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde eerder deze maand al dat de Nederlandse inflatie op basis van de Europese rekenmethode in maart is opgelopen tot 2,6 procent, van 2,3 procent in februari. De inflatie in Nederland is daarmee sinds lange tijd weer gelijk aan het gemiddelde van de eurozone.
Vanaf begin 2024 tot en met februari 2026 lag de Nederlandse inflatie steeds boven het gemiddelde van het eurogebied. De laatste keer dat de inflatie in Nederland exact gelijk was aan die van de eurozone was in juli 2023, toen bedroeg de inflatie 5,3 procent. In de periode van augustus 2023 tot en met december 2023 was de inflatie in Nederland lager dan het gemiddelde van de eurolanden.




