DEN HAAG – De Nederlandse goederenexport is in februari 2026 met 1,6 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De groei is vooral te danken aan een hogere uitvoer van machines, delfstoffen en transportmiddelen.
Het volume van de export, gecorrigeerd voor het aantal werkdagen, laat daarmee een bescheiden maar stabiele toename zien. Daar staat tegenover dat de uitvoer van voedings- en genotmiddelen juist lager uitviel dan in februari 2025.
Import licht gedaald
De goederenimport liet een lichte daling zien. In februari werd 0,3 procent minder ingevoerd dan een jaar eerder. Met name de invoer van delfstoffen en transportmiddelen nam af.
Exportomstandigheden minder ongunstig
Volgens het CBS waren de omstandigheden voor export in april minder ongunstig dan in februari. Dit komt onder meer doordat de ontwikkeling van de reële wisselkoersen gunstiger was en het producentenvertrouwen in Duitsland minder negatief uitviel.
De exportomstandigheden hangen nauw samen met de vraag op belangrijke afzetmarkten en de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Een verbetering van deze omstandigheden betekent echter niet automatisch dat de exportgroei verder toeneemt.
Herstel na eerdere krimpperiode
De recente cijfers passen in een beeld van geleidelijk herstel. In 2023 en een groot deel van 2024 kampte de export nog met krimp, maar sinds de tweede helft van 2024 en vooral in 2025 is weer sprake van groei. Ook in januari 2026 werd al een stijging van 1,4 procent gemeten.
De goederenexport vormt circa driekwart van de totale Nederlandse export. Over de export van diensten publiceert het CBS geen maandcijfers. De gepubliceerde cijfers zijn voorlopig en kunnen in een later stadium nog worden bijgesteld.




