ARNHEM – De militaire kamer heeft een 33-jarige militair uit de gemeente West Betuwe veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden wegens verkrachting. Het incident vond plaats nadat de man na een avond stappen met een vrouw en twee anderen was meegegaan naar haar woning in Zwolle.
De militair had het slachtoffer eerder die avond ontmoet in een café. Na sluitingstijd ging hij met haar en nog twee personen mee naar haar woning. Volgens de rechtbank reageerde het slachtoffer daar meerdere keren afwijzend op handtastelijkheden van de man. Toen zij al half in slaap was, kroop de militair zonder toestemming bij haar in bed en verkrachtte haar.
Dwang
Tijdens de zitting stelde de militair dat sprake was van seksuele handelingen met wederzijdse instemming. De militaire kamer kwam op basis van de verklaring van het slachtoffer tot een ander oordeel. Zij verklaarde dat zij een zogenoemde freeze-reactie kreeg, waardoor zij zich niet voldoende kon verzetten tegen het handelen van de militair.
De verklaring van het slachtoffer wordt volgens de rechtbank op belangrijke punten ondersteund door verklaringen van getuigen die in de woning aanwezig waren. Daarnaast stelde een forensisch arts enkele dagen na het incident letsel vast dat past bij de lezing van het slachtoffer over de gang van zaken. Door haar te overrompelen, signalen van verzet te negeren en haar op enig moment stevig bij de keel vast te houden, is volgens de militaire kamer sprake geweest van dwang.
Gevangenisstraf
Vanwege de ernst van het delict acht de militaire kamer uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de richtlijnen van de rechtspraak. Ook woog mee dat de militair een blanco strafblad heeft, dat de zaak eerder was geseponeerd waardoor tijdsverloop is ontstaan en dat hij door de veroordeling mogelijk zijn baan bij Defensie verliest.
Schadevergoeding
Naast de gevangenisstraf moet de veroordeelde een schadevergoeding van ruim 6.000 euro betalen aan het slachtoffer. Daarvan heeft ruim 1.000 euro betrekking op materiële schade en 5.000 euro op smartengeld.




