DEN HAAG – De arbeidsproductiviteit in de Nederlandse transportsector is de afgelopen tien jaar gestagneerd. Tussen 2014 en 2024 nam de productiviteit zelfs licht af, terwijl die in de totale Nederlandse economie wel bleef groeien. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het onderzoek Stagnatie van de arbeidsproductiviteit in de transportsector, 2014-2024.
Arbeidsproductiviteit wordt gemeten als de toegevoegde waarde per gewerkt uur. Deze indicator geldt als een belangrijke motor voor economische groei en welvaart op de lange termijn.
Uit cijfers van het CBS blijkt dat de arbeidsproductiviteit in de transportsector in de periode 2014-2019 gemiddeld met 0,4 procent per jaar daalde. Daarmee bleef de sector achter bij de ontwikkeling van de totale economie, waar de productiviteit juist bleef toenemen.
Tot 2014 ontwikkelde de transportsector zich nog sterker dan de rest van de economie. Tussen 1995 en 2014 groeide de arbeidsproductiviteit in transport, waaronder post- en koeriersdiensten, luchtvaart en binnenvaart, sneller dan gemiddeld in Nederland.
Herstel na coronacrisis, behalve in de luchtvaart
In de periode 2020-2024 was de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in de transportsector weer positief. Gemiddeld groeide deze met 0,6 procent per jaar. Vrijwel alle branches droegen hieraan bij, met uitzondering van de luchtvaart.
Volgens het CBS is de toegevoegde waarde in de luchtvaartsector nog altijd niet hersteld van de coronapandemie. Het aantal gewerkte uren is inmiddels wel weer op niveau en lag in 2024 zelfs boven het niveau van vóór de pandemie.
In de jaren vóór corona leverde de luchtvaart nog een kleine positieve bijdrage aan de productiviteitsgroei. Tegelijkertijd drukten andere onderdelen van de sector, zoals opslag en dienstverlening voor vervoer – waaronder havens en Schiphol – de productiviteitsontwikkeling.
Structuureffecten binnen de sector
De arbeidsproductiviteit kan ook stijgen doordat werkgelegenheid verschuift naar productievere branches. Volgens het CBS droeg dit zogenoemde structuureffect sinds 2014 positief bij aan de productiviteit in de transportsector.
Zo kwamen er relatief meer banen bij in opslag en dienstverlening voor vervoer, een branche met een relatief hoge toegevoegde waarde per gewerkt uur.
Het CBS wijst daarnaast op meerdere structurele en conjuncturele ontwikkelingen die de productiviteitsgroei kunnen hebben afgeremd. Zo groeide de internationale handel de afgelopen tien jaar minder sterk dan in de periode vóór 2014 en nam de dynamiek van bedrijven af.
Ook veranderingen binnen branches spelen een rol. Bij post- en koeriersdiensten bijvoorbeeld daalde het aantal brieven, terwijl het aantal pakketten juist toenam. De bezorging van pakketten is arbeidsintensiever, wat de productiviteit kan drukken.
Nederland internationaal nog altijd productief
Ondanks de stagnatie behoort de Nederlandse transportsector internationaal nog steeds tot de meest productieve. Alleen België ligt nog iets hoger.
In 2024 bedroeg de toegevoegde waarde in België gemiddeld 74 euro per gewerkt uur, tegenover 66 euro in Nederland. In andere Europese landen ligt dat niveau aanzienlijk lager, zoals in Spanje (35 euro per uur) en Polen (21 euro per uur).
Volgens het CBS is de relatief hoge productiviteit in België mede te verklaren door een sterke en productieve post- en koerierssector.





