DORDRECHT – De rechtbank Rotterdam heeft een verdachte vrijgesproken van betrokkenheid bij de diefstal van een kostbare lading elektronica uit een vrachtwagen in Rotterdam. Volgens de rechtbank kan niet worden uitgesloten dat niet de verdachte, maar zijn eeneiige tweelingbroer betrokken was bij de diefstal.
De diefstal vond plaats in de nacht van 8 op 9 januari 2026. Uit een geparkeerde vrachtwagen werden onder meer een groot aantal DJI-drones, televisies en andere elektronische goederen gestolen.
Camerabeelden en telefoongegevens
Op camerabeelden was te zien hoe meerdere auto’s gedurende ongeveer 2,5 uur af en aan reden bij de oplegger. Verschillende personen klommen de oplegger in en laadden dozen met goederen over in de voertuigen. Kort daarna werden de gestolen goederen vermoedelijk overgeladen in een geparkeerde bestelbus in Barendrecht.
De politie wist drie betrokken voertuigen te identificeren. De verdachte werd een dag later gecontroleerd in één van die auto’s. Daarnaast verklaarde de eigenaar van het voertuig dat hij de auto aan de verdachte had uitgeleend.
Ook bleek dat een mobiele telefoon die later onder het hoofdkussen van de verdachte werd aangetroffen, in de nacht van de diefstal verbinding had gemaakt met zendmasten in de buurt van zowel de plaats delict als de vermoedelijke overslaglocatie in Barendrecht.
Alternatief scenario
Tijdens de rechtszitting stelde de verdachte echter dat niet hij, maar zijn eeneiige tweelingbroer mogelijk betrokken was bij de diefstal.
Volgens de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de broers nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden. Uit het dossier bleek bovendien dat politiefunctionarissen de broers eerder met elkaar hadden verward. Ook werden documenten overgelegd waaruit bleek dat de tweelingbroer zich in het verleden had gelegitimeerd met het rijbewijs van de verdachte.
Daarnaast kon volgens de rechtbank niet worden uitgesloten dat de mobiele telefoon door de broer was gebruikt. De verdachte verklaarde dat hij en zijn broer een slaapkamer delen en dat meerdere telefoons onder zijn hoofdkussen lagen, zonder dat die allemaal door hem werden gebruikt.
Twijfel leidt tot vrijspraak
De rechtbank oordeelde dat het alternatieve scenario niet als ongeloofwaardig terzijde kon worden geschoven en dat het Openbaar Ministerie onvoldoende had aangetoond dat juist de verdachte degene was die betrokken was bij de diefstal.
Omdat de betrokkenheid van de verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen, volgde vrijspraak.
Schadeclaim bijna 267.000 euro vervalt
Door de vrijspraak werd ook de civiele schadeclaim van de benadeelde onderneming, ter waarde van € 266.898, niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wees de rechtbank twee vorderingen van het Openbaar Ministerie af om eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen alsnog ten uitvoer te leggen. Die vorderingen waren gebaseerd op de verdenking van de ladingdiefstal en kwamen door de vrijspraak te vervallen.









