DEN HAAG – De bevoorradingsproblemen bij Albert Heijn laten volgens minister-president Rob Jetten “nogmaals zien hoe belangrijk het is dat bedrijven zich goed weren tegen cyberonveiligheid”. Dat heeft de premier gezegd voor aanvang van een Kamerdebat.
Ahold Delhaize, het moederbedrijf van Albert Heijn, zag zich naar eigen zeggen genoodzaakt enkele systemen offline te halen na een beveiligingsincident. Daardoor stokte de bevoorrading en gingen ook webwinkels op zwart. “Belangrijk is dat AH heeft ingegrepen om een groter incident te voorkomen”, zei Jetten daarover. “Dat is denk ik verstandig.”
Nederland loopt volgens de premier voorop in Europa waar het gaat om aandacht voor cyberveiligheid. “Maar dat betekent niet dat we niet kwetsbaar kunnen zijn.” Het is van belang dat bij incidenten “snel wordt ingegrepen en dat wordt samengewerkt”, aldus Jetten.
Net als verantwoordelijk staatssecretaris Silvio Erkens tijdens het vragenuur zei Jetten dat de leveringszekerheid van voedsel niet in gevaar is gekomen. “Je kunt soms gewoon even elders je boodschappen doen dan bij deze supermarktketen.” Wel zei de premier dat zowel de overheid als het bedrijfsleven van dit incident moet leren.
Vrijwel tegelijk met Ahold Delhaize kregen ook supermarkten in Frankrijk te maken met een cyberaanval, waarbij hun koelsystemen werden ontregeld. Jetten heeft daarover nog geen contact gehad met de Franse president Emmanuel Macron, maar verwacht het onderwerp wel met hem te bespreken rond de EU-top in Brussel de komende dagen.




