ALMELO â De rechtbank Overijssel heeft dinsdag 13 oktober een 68-jarige vrachtwagenchauffeur veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van zes maanden voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in Almelo. Bij het ongeval op 23 mei 2025 kwam een 14-jarige jongen om het leven. De jongen werd op een rotonde aangereden door een met zand beladen vrachtwagen en vervolgens ongeveer 110 meter meegesleurd.
De rechtbank oordeelt dat de chauffeur aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Volgens de rechters had hij de fietser gedurende meerdere seconden kunnen en moeten zien.
Het ongeval gebeurde op vrijdag 23 mei 2025 rond 13.35 uur op de rotonde waar de Ambachtstraat, Bornerbroeksestraat en Betuining samenkomen.
De vrachtwagenchauffeur reed beroepsmatig over de Ambachtstraat en wilde via de tweede afslag de Betuining oprijden. De 14-jarige jongen naderde de rotonde vanuit de Bornerbroeksestraat en fietste vervolgens over de fietssuggestiestrook langs de rotonde.
Bij het verlaten van de rotonde moest de vrachtwagenchauffeur de fietser voor laten gaan. Dat gebeurde niet, waarna de vrachtwagen de jongen aanreed.
Jongen 110 meter meegesleurd
De chauffeur merkte de aanrijding niet op en reed door. De jongen werd ongeveer 110 meter door de vrachtwagen meegesleurd.
Pas nadat een tegemoetkomende automobilist had getoeterd, bracht de chauffeur zijn vrachtwagen op een groenstrook tot stilstand.
De 14-jarige jongen overleed kort na het ongeval aan zijn verwondingen.
Uit politieonderzoek bleek dat het zicht van de chauffeur niet werd belemmerd door de inrichting van de weg of de begroeiing.
Tachograafgegevens: vrachtwagen reed 23 km/u bij verlaten rotonde
De politie onderzocht de gegevens van de tachograaf van de vrachtwagen.
Daaruit bleek dat de chauffeur vanuit stilstand de rotonde was opgereden. Op de rotonde reed hij met een snelheid tussen de 15 en 23 kilometer per uur.
Bij het verlaten van de rotonde bedroeg de snelheid 23 kilometer per uur. De chauffeur minderde daarbij geen snelheid.
Op 4 juli 2025 werd op de plaats van het ongeval een reconstructie uitgevoerd om vast te stellen wanneer de fietser vanuit de vrachtwagen zichtbaar moet zijn geweest.
Daarbij werd rekening gehouden met verschillende mogelijke snelheden van de fietser. Uit het onderzoek bleek dat de jongen in de seconden voorafgaand aan de aanrijding gedurende ongeveer vijf seconden gedeeltelijk of grotendeels zichtbaar moet zijn geweest.
In de meeste onderzochte situaties waren zijn bovenlichaam, onderlichaam en een groot gedeelte van zijn fiets zichtbaar. Zelfs in de minst gunstige situaties waren zijn hoofd en een deel van de fiets te zien.
EÊn seconde voor de aanrijding was zijn volledige bovenlichaam in alle onderzochte scenario’s zichtbaar.
Chauffeur verklaarde fietser niet te hebben gezien
De chauffeur verklaarde zowel tegenover de politie als tijdens de rechtszaak dat hij de jongen geen enkel moment had gezien.
Volgens de verdediging had de chauffeur zijn snelheid voldoende aangepast om bij het tijdig opmerken van de fietser te kunnen stoppen.
De advocaat stelde dat de chauffeur niet verplicht was om op de rotonde volledig tot stilstand te komen. Volgens de verdediging kon hem uitsluitend worden verweten dat hij geen voorrang had verleend.
Dat zou volgens de advocaat onvoldoende zijn om te spreken van aanmerkelijke schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
De verdediging vond dat hooguit sprake was van het veroorzaken van gevaar op de weg, zoals bedoeld in artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Rechtbank: van beroepschauffeur mag meer worden verwacht
De rechtbank ging niet mee in die redenering. Volgens de rechters had de ervaren beroepschauffeur extra voorzichtig moeten zijn, juist omdat hij met een zware, met zand beladen vrachtwagen een rotonde verliet waar fietsers konden rijden.
“Van een beroepschauffeur mag meer worden verwacht dan van een gewone verkeersdeelnemer”, stelt de rechtbank in het vonnis.
De rechtbank benadrukt dat een chauffeur bij het rechts afslaan rekening moet houden met kwetsbare verkeersdeelnemers en het risico op ernstig letsel bij een aanrijding met een vrachtwagen.
Het controleren van de verkeerssituatie bij het oprijden van de rotonde is volgens de rechters niet voldoende. Ook tijdens het rijden op de rotonde moet een chauffeur voortdurend alert blijven en zorgvuldig in de spiegels kijken.
Volgens de rechtbank had de verdachte de fietser gedurende meerdere seconden kunnen waarnemen en daarop moeten reageren door snelheid te minderen of de vrachtwagen tot stilstand te brengen.
Omdat de chauffeur op meerdere momenten de gelegenheid had om de jongen te zien, was volgens de rechtbank geen sprake van slechts een kort moment van onoplettendheid.
De rechtbank acht bewezen dat de chauffeur aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en daarmee schuld heeft aan het dodelijke ongeval.
Grote gevolgen voor nabestaanden en chauffeur
Bij het bepalen van de straf stond de rechtbank uitgebreid stil bij het verdriet van de nabestaanden. De moeder en broer van de overleden jongen legden tijdens de rechtszaak slachtofferverklaringen af.
Volgens de rechtbank heeft het ongeval onherstelbaar leed veroorzaakt bij de ouders, broers, zus en andere nabestaanden. Ook hield de rechtbank rekening met de gevolgen voor de vrachtwagenchauffeur.
Volgens zijn advocaat heeft de man na het ongeval langdurig thuisgezeten en kon hij niet meer werken. Via zijn huisarts werd hij doorverwezen voor psychische ondersteuning.
De chauffeur moet volgens de verdediging verder leven met het besef dat door zijn handelen een 14-jarige jongen is overleden.
De rechtbank hield daarnaast rekening met het feit dat de man geen strafblad heeft en het ongeval nooit heeft gewild.
240 uur taakstraf en zes maanden rijontzegging
Het Openbaar Ministerie had een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van zes maanden geÃĢist.
De rechtbank heeft die eis volledig gevolgd.
De 68-jarige chauffeur krijgt een taakstraf van 240 uur. Als hij deze niet naar behoren uitvoert, kan vervangende hechtenis van 120 dagen worden toegepast.
Daarnaast mag hij gedurende zes maanden geen motorrijtuigen besturen.
De rechtbank acht bewezen dat de chauffeur artikel 6 van de Wegenverkeerswet heeft overtreden door een verkeersongeval te veroorzaken waarbij een ander om het leven is gekomen.




