spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerGeen transportvergunning, nauwelijks werkzaamheden: UWV mocht Ziektewetuitkering beëindigen

Geen transportvergunning, nauwelijks werkzaamheden: UWV mocht Ziektewetuitkering beëindigen

UTRECHT – Het UWV heeft de Ziektewetuitkering van een voormalige medewerker van een internationaal transportbedrijf terecht beëindigd. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld in een vandaag, maandag 12 oktober, gepubliceerde uitspraak. Volgens de hoogste rechter in socialezekerheidszaken moet bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid worden gekeken naar de werkzaamheden die iemand daadwerkelijk heeft verricht, en niet naar de taken die oorspronkelijk bij zijn functie hoorden.

De man werkte voor het laatst 25 uur per week bij een internationaal transportbedrijf. Zijn dienstverband eindigde op 5 juli 2023. Op 22 september 2023 meldde hij zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Op dat moment ontving hij een WW-uitkering.

Het UWV kende hem vervolgens een uitkering op grond van de Ziektewet toe.

Na een onderzoek op 9 november 2023 oordeelde een arts dat de man weer geschikt was voor zijn laatste werkzaamheden. Het UWV beëindigde daarop zijn Ziektewetuitkering per 9 november 2023.

De man maakte bezwaar tegen deze beslissing.

Transportvergunning werd niet afgegeven

Tijdens de bezwaarprocedure bleek dat de man gedurende zijn dienstverband nauwelijks concrete werkzaamheden had uitgevoerd.

Hij was aangenomen in afwachting van een transportvergunning die zijn werkgever nodig had om bepaalde internationale transportactiviteiten te kunnen uitvoeren.

Toen duidelijk werd dat deze vergunning niet zou worden afgegeven, werd het dienstverband via een vaststellingsovereenkomst beëindigd.

Volgens de arbeidsanamnese van de verzekeringsarts bezwaar en beroep had de man tijdens zijn dienstverband voornamelijk vanuit huis achter een computer gezocht naar mogelijke opdrachten voor zijn werkgever.

Deze werkzaamheden brachten volgens de verzekeringsarts nauwelijks fysieke belasting met zich mee, afgezien van het gebruik van een toetsenbord, muis en beeldscherm.

Ook was volgens de arts niet gebleken van aanzienlijke mentale belasting.

UWV verschuift beëindigingsdatum

Het UWV verklaarde het bezwaar van de man op 29 april 2024 gegrond en herriep het eerdere besluit.

De beëindiging van de Ziektewetuitkering werd daarbij verschoven van 9 november 2023 naar 8 april 2024.

Aan deze beslissing lag een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 april 2024 ten grondslag.

De man was het ook met deze beslissing niet eens en stapte naar de rechtbank Gelderland.

Volgens hem had het UWV bij de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid rekening moeten houden met de volledige functie van vergunninghouder of planner binnen het transportbedrijf.

Daarbij zouden ook de psychisch belastende onderdelen van die functie moeten worden betrokken, zoals werken onder hoge tijdsdruk, complexe werkzaamheden en het omgaan met conflicten.

De rechtbank verklaarde zijn beroep op 22 augustus 2025 ongegrond.

Hoger beroep bij Centrale Raad van Beroep

De voormalige medewerker ging vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Hij bleef bij zijn standpunt dat het UWV van een verkeerde functie was uitgegaan en zijn medische beperkingen had onderschat.

Tijdens de zitting van 26 augustus 2026 bevestigde de man echter dat hij de werkzaamheden die bij de functie van vergunninghouder hoorden nooit daadwerkelijk had uitgevoerd.

Het ging daarbij onder meer om het opzetten van transporten naar of met het buitenland.

Omdat zijn werkgever de daarvoor benodigde transportvergunning niet had verkregen, waren deze werkzaamheden nooit van de grond gekomen.

Volgens de Centrale Raad van Beroep is dat een doorslaggevend gegeven.

Feitelijk verrichte werkzaamheden bepalend

De Centrale Raad van Beroep benadrukt dat bij de toepassing van de Ziektewet in beginsel moet worden uitgegaan van het werk dat iemand vóór zijn ziekmelding daadwerkelijk heeft verricht.

Dat deze werkzaamheden mogelijk afwijken van de functieomschrijving in de arbeidsovereenkomst, maakt daarbij geen verschil.

In dit geval had de man uitsluitend beperkte computerwerkzaamheden uitgevoerd.

Daarom hoefde het UWV bij de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid geen rekening te houden met de zwaardere mentale belasting die zou kunnen horen bij de functie van vergunninghouder.

De man had die werkzaamheden immers nooit uitgevoerd.

Ook een beroep op een eerdere uitspraak uit 2017 hielp hem niet.

In die zaak ging het om een werknemer die eerder wel zwaardere werkzaamheden had uitgevoerd, maar van wie het werk om bedrijfseconomische redenen was teruggebracht tot vrijwel niets.

Volgens de Centrale Raad van Beroep is die situatie niet vergelijkbaar met deze zaak, omdat de voormalige medewerker van het transportbedrijf het zwaardere werk nooit heeft verricht.

Medische klachten onvoldoende voor voortzetting uitkering

Ook de medische beoordeling van het UWV blijft overeind.

De man had onder meer visuele klachten, geheugenproblemen en psychische klachten aangevoerd.

Volgens de rechtbank, waarvan het oordeel door de Centrale Raad van Beroep wordt onderschreven, was de man in november 2023 geopereerd vanwege zijn oogklachten en herstelde hij goed.

Bij het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 4 april 2024 bestond geen aanleiding meer om beperkingen vanwege zijn gezichtsvermogen aan te nemen.

De geheugenproblemen waren bovendien al aanwezig voordat hij bij het transportbedrijf in dienst trad. Van een verergering tijdens het dienstverband was niet gebleken.

Hoewel sprake was van verschillende stressfactoren, was volgens de verzekeringsarts evenmin gebleken van ernstige psychische problematiek die de man ongeschikt maakte voor zijn feitelijke werkzaamheden.

Uitkering blijft beëindigd

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland bevestigd.

Daarmee blijft de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 8 april 2024 in stand.

De man krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten of het betaalde griffierecht.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS