spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeFinancieelFaillissementenBestuurder failliet transportbedrijf Hanzade moet 500.000 euro betalen na douaneschuld van 4,5...

Bestuurder failliet transportbedrijf Hanzade moet 500.000 euro betalen na douaneschuld van 4,5 miljoen euro

HAARLEM – De bestuurder van het failliete transportbedrijf Hanzade B.V. is door de rechtbank Noord-Holland aansprakelijk gesteld voor het tekort in de faillissementsboedel. De rechtbank heeft hem veroordeeld tot betaling van een voorschot van 500.000 euro aan de curator. Het bedrijf liet jarenlang na jaarrekeningen te publiceren, voerde geen deugdelijke administratie en had een douaneschuld van bijna 4,5 miljoen euro. Dat blijkt uit een vandaag, donderdag 8 oktober 2026, gepubliceerde uitspraak.

Hanzade B.V. werd op 5 februari 2018 opgericht en stond bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als transportbedrijf en als winkel in dameskleding en schoonheidsverzorging. De onderneming hield zich onder meer bezig met de import van goederen uit Turkije via een gelieerde Turkse vennootschap.

Op 25 juni 2024 werd Hanzade failliet verklaard. De curator stelde vervolgens de bestuurder en een vrouw die binnen het bedrijf als vervoersmanager en gevolmachtigde werkzaam was aansprakelijk voor het faillissementstekort.

Volgens de curator was sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur, onder meer doordat de onderneming niet voldeed aan haar administratie- en publicatieverplichtingen.

Douaneschuld van bijna 4,5 miljoen euro

Hanzade maakte bij de import van goederen gebruik van een vergunning op grond van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting. Daarmee kon de onderneming gebruikmaken van een bijzondere regeling voor de btw bij invoer.

De Belastingdienst trok deze vergunning op 17 februari 2023 in na een boekenonderzoek.

Volgens de Belastingdienst voerde Hanzade geen deugdelijke bedrijfsadministratie. Daarnaast werd de vergunning gebruikt voor goederen die niet uitsluitend voor de onderneming zelf bestemd waren en voldeed de aanvrager niet aan de vestigingseisen.

Naar aanleiding van de administratieve controle vorderde de douane bijna 4,5 miljoen euro aan verschuldigde belasting. Deze vordering werd vervolgens ingediend in het faillissement.

Volgens de rechtbank is de douaneschuld mede ontstaan door de gebrekkige administratie en het onjuiste gebruik van de vergunning.

Jarenlang geen jaarrekeningen gepubliceerd

De curator stelde vast dat Hanzade sinds de oprichting in 2018 geen jaarstukken had gedeponeerd.

Ook trof hij op de beschikbare gegevensdragers geen deugdelijke administratie aan. Ondanks verzoeken werd deze niet alsnog verstrekt.

De bestuurder en de vervoersmanager voerden aan dat zij vanwege hun voorlopige hechtenis niet in staat waren geweest om de administratie aan de curator te overhandigen.

De rechtbank gaat niet mee in dit verweer.

Al bij het boekenonderzoek van de Belastingdienst waren grote gebreken vastgesteld in de administratie over de jaren 2018 tot en met 2020. Ook na de opheffing van de voorlopige hechtenis kwam geen administratie beschikbaar waaruit de rechten en verplichtingen van de onderneming konden worden vastgesteld.

Tijdens de rechtszaak verklaarde de vervoersmanager dat de administratie zich bij een boekhouder zou bevinden. De naam van deze boekhouder werd echter niet genoemd.

De rechtbank concludeert daarom dat de bestuurder zowel de administratieplicht als de publicatieplicht heeft geschonden.

Miljoenenstortingen en overboekingen naar Turkije

Uit een proces-verbaal van het Openbaar Ministerie van 9 november 2023 blijkt dat de bankrekeningen van Hanzade grotendeels werden gevoed door contante stortingen, overboekingen vanaf de privÊrekening van de bestuurder en betalingen van twee transportbedrijven.

In het overzicht worden onder meer twee stortingen genoemd van ongeveer 1 miljoen euro en 300.000 euro.

Geld vanaf de bankrekeningen van Hanzade werd volgens het proces-verbaal veelal overgemaakt naar Turkse bankrekeningen die in verband konden worden gebracht met de bestuurder of de vervoersmanager.

ING beÃĢindigde de bankrelatie met Hanzade in 2021. Pas vanaf januari 2023 bankierde het bedrijf bij ABN AMRO. Tussen 8 oktober 2021 en 3 januari 2023 beschikte de onderneming niet over een Nederlandse bankrekening.

Ook strafrechtelijke veroordelingen

Uit de uitspraak blijkt verder dat de bestuurder en de vervoersmanager op 8 april 2025 strafrechtelijk zijn veroordeeld.

De bestuurder kreeg een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd voor het medeplegen van gewoontewitwassen en drugs- en wapendelicten.

De vervoersmanager werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van gewoontewitwassen.

Beiden zijn tegen deze strafrechtelijke veroordelingen in hoger beroep gegaan. De uitspraken zijn daardoor nog niet onherroepelijk.

Daarnaast maakte de Belgische douane op 16 oktober 2024 proces-verbaal op wegens sluikinvoer van sigaretten, onder meer ten laste van Hanzade.

De curator voerde de betrokkenheid bij strafbare feiten mede aan als onderbouwing van zijn stelling dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Faillissement mede veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur

Volgens de rechtbank staat vast dat de bestuurder zijn wettelijke verplichtingen niet is nagekomen.

Doordat geen deugdelijke administratie werd gevoerd en jaarstukken niet werden gepubliceerd, geldt het wettelijke vermoeden dat het onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

De bestuurder en de vervoersmanager zijn er volgens de rechtbank niet in geslaagd dit vermoeden te weerleggen.

Bovendien acht de rechtbank het ook los van dit wettelijke vermoeden aannemelijk dat de douaneschuld van bijna 4,5 miljoen euro een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

De bestuurder is daarom aansprakelijk voor het tekort in de faillissementsboedel.

Vervoersmanager niet persoonlijk aansprakelijk

De curator wilde ook de vervoersmanager aansprakelijk laten stellen. Volgens hem bepaalde zij feitelijk het beleid van de onderneming, terwijl de formele bestuurder jarenlang voornamelijk in Turkije verbleef.

De vrouw was bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als vervoersmanager en was volledig bevoegd ten aanzien van de vervoersactiviteiten.

Volgens de curator verzorgde zij de administratie, betalingen en douaneformaliteiten en onderhield zij contacten met de Belastingdienst.

De bestuurder had tegenover de Belgische douane verklaard dat zij de dagelijkse leiding had over het bedrijf.

De rechtbank vindt deze omstandigheden echter onvoldoende om haar als feitelijk beleidsbepaler aan te merken.

Het uitvoeren van administratieve werkzaamheden, betalingen en douane-inklaringen betekent volgens de rechtbank niet automatisch dat iemand ook het beleid van een onderneming bepaalt.

Er is onvoldoende aangetoond dat de vervoersmanager bestuursbevoegdheden naar zich toe heeft getrokken of betrokken was bij beleidsbepalende beslissingen.

De vorderingen van de curator tegen haar zijn daarom afgewezen.

Voorschot van 500.000 euro

De rechtbank heeft de bestuurder veroordeeld tot betaling van een voorschot van 500.000 euro op het faillissementstekort.

Volgens de rechtbank is aannemelijk dat het uiteindelijke tekort dit bedrag zal overschrijden. Tegenover de douaneschuld van bijna 4,5 miljoen euro staat momenteel een boedelsaldo van ongeveer 700.000 euro.

De bestuurder moet daarnaast het resterende faillissementstekort voldoen voor zover dit niet uit de overige bezittingen van de failliete onderneming kan worden betaald. De definitieve omvang daarvan moet nog worden vastgesteld.

De curator had eerder beslag laten leggen op onder meer de gezamenlijke woning van de bestuurder en de vervoersmanager en op gelden die onder het Openbaar Ministerie berustten.

Het beslag onder het Openbaar Ministerie trof onder meer 150.000 euro aan contant geld. De gezamenlijke woning heeft volgens de uitspraak een overwaarde van ongeveer 300.000 euro.

Naast het voorschot van 500.000 euro moet de bestuurder 10.670,77 euro aan beslagkosten en 9.908,91 euro aan proceskosten betalen. Onder de in het vonnis genoemde voorwaarden kunnen daar nog nakosten en wettelijke rente bij komen.

Het vonnis is, met uitzondering van de verklaring voor recht over de bestuurdersaansprakelijkheid, uitvoerbaar bij voorraad.

De rechtbank Noord-Holland deed op 23 september 2026 uitspraak. Het vonnis werd op 8 oktober 2026 gepubliceerd.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS