DEN HAAG – Bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken, geven nog te weinig prioriteit aan het ontwikkelen van kennis om de kans op een zwaar ongeval op de werkvloer te verkleinen. Ook worden risico’s nog onvoldoende systematisch geanalyseerd en zijn voorzorgsmaatregelen niet altijd toegespitst op de specifieke situatie binnen een bedrijf. Dat concludeert de Nederlandse Arbeidsinspectie na de implementatie van de herziene ARIE-regeling in de periode 2023-2025.
Het gaat om zogenoemde ARIE-bedrijven. Dit zijn ondernemingen die vanwege de hoeveelheid en combinatie van gevaarlijke stoffen waarmee zij werken verplicht zijn een Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (ARIE) uit te voeren.
De Arbeidsinspectie begon in 2023 met een implementatietraject om bedrijven voor te bereiden op de herziene ARIE-regeling en tegelijkertijd een basis te leggen voor risicogerichte inspecties.
Meer kennis nodig
Uit het implementatierapport over de periode 2023-2025 blijkt volgens de Arbeidsinspectie dat de meeste ARIE-bedrijven welwillend zijn en zich bewuster zijn geworden van de risico’s. Tegelijkertijd moeten zij meer prioriteit geven aan het ontwikkelen van de benodigde kennis om de kans op een zwaar ongeval sterk te verminderen.
Het systematisch analyseren van risico’s en vervolgens treffen van passende voorzorgsmaatregelen is volgens de inspectie bij deze bedrijven nog onvoldoende een vaste werkwijze.
Ook kritiek op adviseurs
De Arbeidsinspectie is daarnaast kritisch op de rol van adviesbureaus. Adviseurs houden in hun adviezen volgens de inspectie te weinig rekening met de specifieke omstandigheden bij hun klanten.
Daarbij speelt ook een gebrek aan kennis binnen de bedrijven zelf een rol.
“Daarnaast zien we dat bedrijven een adviesbureau inschakelen, maar zelf te weinig kennis over de ARIE-regeling hebben. Dat heeft gevolgen voor de opdracht die zij aan een adviesbureau geven. En dus wat er uiteindelijk als advies uitrolt. Bedrijven met te weinig ‘ARIE’-kennis zijn geen volwaardige gesprekspartner voor een adviseur”, zegt programmamanager Charlotte Kottier.
Het gevolg kan volgens de Arbeidsinspectie zijn dat risicoanalyses en de daaruit voortvloeiende maatregelen te algemeen blijven. Daardoor worden de specifieke risico’s op een bepaalde bedrijfslocatie onvoldoende beheerst.
Een bedrijf kan daardoor in de veronderstelling zijn dat de juiste maatregelen zijn genomen, terwijl de kans op een zwaar ongeval volgens de inspectie nog te hoog blijft.
Onder meer bulkopslag en chemische bedrijven
De ARIE-regeling is van toepassing op bedrijven die werken met hoeveelheden en combinaties van gevaarlijke stoffen waardoor het risico op een zwaar ongeval groot is.
Het kan bijvoorbeeld gaan om gevaarlijke stoffen die worden gebruikt voor het reinigen van installaties, het bewerken van metaal of bij de productie van chemische stoffen.
Onder de regeling vallen onder meer bepaalde zuivelbedrijven en bedrijven uit de voedingsmiddelenindustrie, waterzuiveringsbedrijven, metaalbedrijven, ondernemingen die zich bezighouden met de op- en overslag van bulkgoederen en chemische bedrijven.
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft de bevindingen opgenomen in het implementatierapport ARIE 2023-2025, waarin wordt teruggeblikt op de invoering van de herziene regeling.






