BILTHOVEN – Sinds de vorige update van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van 24 september zijn vier mensen overleden aan een besmetting met het westnijlvirus. In totaal zijn twaalf nieuwe besmettingen geregistreerd, meldt het RIVM. Alle besmette patiënten kregen het virus door een beet van een besmette mug. Het totale aantal gemelde besmettingen in Nederland komt daarmee op 56. In 2026 zijn in totaal negen patiënten met een westnijlvirusinfectie overleden.
De besmettingen vonden plaats in de provincies Zuid-Holland (32), Utrecht (12), Noord-Holland (5), Noord-Brabant (4), Gelderland (2) en Overijssel (1). Het RIVM verwacht dat de uitbraak van het westnijlvirus over zijn piek heen is, “omdat het aantal nieuwe infecties de afgelopen weken is afgenomen”.
Ook bij dieren wordt het westnijlvirus gevonden. De NVWA meldt dat er afgelopen week veertien positief geteste paarden zijn bijgekomen, waarmee het totaal dit jaar op 150 komt. De paarden die positief testten op het virus komen uit de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant.
Gevolgen
Voor de meeste mensen is het westnijlvirus niet schadelijk. Het RIVM schat dat ongeveer een op de vijf infecties leidt tot symptomen. Meestal blijft het dan bij koorts, hoofdpijn en spierpijn, net als bij griep. In circa 1 procent van de gevallen wordt de patiënt echter heel ziek. Het westnijlvirus kan bijvoorbeeld hersenontsteking en hersenvliesontsteking veroorzaken.
In de natuur komt het westnijlvirus voor bij vogels. Muggen die een besmette vogel steken, kunnen het vervolgens overbrengen op mensen. Het virus is niet van mens op mens overdraagbaar.






