ALMERE – Een automobiliste die onder invloed van alcohol tegen een vrachtwagen en een personenauto reed, moet 18.902,57 euro terugbetalen aan haar verzekeraar Klaverblad. De verzekeraar had de schade aan de andere voertuigen vergoed, maar mocht die kosten vervolgens op de vrouw verhalen omdat rijden onder invloed volgens de polisvoorwaarden niet was gedekt. Dat blijkt uit een op 18 september 2026 gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.
Het ongeval vond plaats op 2 april 2023. De automobiliste reed met haar auto tegen een vrachtwagen die speciaal was ingericht voor paardenvervoer en tegen een personenauto. Klaverblad vergoedde als aansprakelijkheidsverzekeraar de schade aan de eigenaren van beide voertuigen.
Tussen de verzekeraar en de automobiliste stond niet ter discussie dat de schade door het alcoholgebruik buiten de dekking van haar autoverzekering viel. De vrouw erkende daarom dat zij een bedrag moest terugbetalen, maar vond de door Klaverblad uitgekeerde schadevergoedingen te hoog.
Ruim 11.600 euro schade aan vrachtwagen
Voor de schade aan de vrachtwagen betaalde Klaverblad in totaal 11.617,68 euro. Daarvan bestond 9.149,66 euro uit reparatiekosten en 2.169,60 euro uit kosten voor vervangend vervoer. Het resterende bedrag had betrekking op onder meer wettelijke rente en expertisekosten.
De automobiliste betoogde dat de vrachtwagen oud was en dat de reparatiekosten mogelijk hoger waren dan de dagwaarde. Volgens haar had de verzekeraar in dat geval de lagere dagwaarde moeten vergoeden.
De kantonrechter volgt dat standpunt niet. De reparatiekosten waren vastgesteld door een schade-expert en er was geen concrete reden om aan diens beoordeling te twijfelen. Daarbij woog mee dat het ging om een speciaal voor paardenvervoer ingerichte vrachtwagen, waarvan de dagwaarde volgens de rechter moeilijk vast te stellen is.
Veertien dagen vervangend vervoer toegestaan
De automobiliste maakte ook bezwaar tegen de vergoeding voor veertien dagen vervangend vervoer, omdat de daadwerkelijke reparatie van de vrachtwagen vijf dagen had geduurd.
Volgens de rechter hoeft de totale doorlooptijd van een reparatie echter niet gelijk te zijn aan het aantal dagen dat daadwerkelijk aan het voertuig wordt gewerkt.
De eigenaar van de vrachtwagen had oorspronkelijk vervangend vervoer voor 62 dagen geclaimd. Klaverblad bracht die periode terug tot veertien dagen. Daarbij hield de verzekeraar er rekening mee dat de bedrijfsvoering van de eigenaar zonder vervangende vrachtwagen stil zou komen te liggen en mogelijk een claim wegens bedrijfsschade zou volgen.
De kantonrechter vindt de keuze om veertien dagen vervangend vervoer te vergoeden niet onredelijk. De volledige schadevergoeding voor de vrachtwagen mag daarom op de automobiliste worden verhaald.
Ook kosten voor total-loss personenauto terugbetalen
De aangereden personenauto was na het ongeval total-loss. Klaverblad betaalde de eigenaar de dagwaarde van 3.700 euro en vergoedde daarnaast 1.016,40 euro voor vervangend vervoer. Dat laatste bedrag kwam overeen met 80 procent van de huurkosten voor veertien dagen.
De automobiliste vond dat bij een total-loss alleen de dagwaarde van het voertuig hoefde te worden vergoed. De rechter wijst dat argument af: kosten voor vervangend vervoer zijn gevolgschade en kunnen boven op de waarde van het voertuig komen.
Volgens de kantonrechter is veertien dagen geen onredelijk lange periode om de schade te onderzoeken en vast te stellen dat een auto total-loss is. Inclusief rente en expertisekosten bedroeg de uitgekeerde schadevergoeding voor de personenauto 4.807,89 euro.
Ook aanrijkosten berger voor rekening automobiliste
Klaverblad had daarnaast 196,29 euro aan bergingskosten betaald. De automobiliste stelde dat er geen bergingswerkzaamheden waren uitgevoerd.
Dat bleek te kloppen, maar volgens de verzekeraar ging het bedrag om de aanrijkosten van een berger die wel was opgeroepen. De rechter oordeelt dat het bij een ongeval van deze omvang niet onredelijk is om een berger in te schakelen. Dat uiteindelijk geen bergingswerkzaamheden nodig waren, betekent niet dat de aanrijkosten niet betaald hoeven te worden.
Bijna 19.000 euro plus proceskosten
De totale schadevergoeding die Klaverblad op de automobiliste mag verhalen, bedraagt 16.621,86 euro. Daarbovenop moet zij 1.339,49 euro aan reeds verschenen wettelijke rente en 941,22 euro aan buitengerechtelijke incassokosten betalen.
De vrouw voerde nog aan dat zij betalingsbrieven van Klaverblad niet had ontvangen omdat zij inmiddels was verhuisd. Volgens de rechter komt dat voor haar rekening: zij had zelf het eerdere adres aan de verzekeraar doorgegeven en had een adreswijziging moeten melden.
De kantonrechter veroordeelt de automobiliste daarom tot betaling van 18.902,57 euro, vermeerderd met wettelijke rente over de hoofdsom van 16.621,86 euro vanaf 1 april 2026 tot de dag van volledige betaling.
Ook moet zij de proceskosten van 2.639,08 euro betalen. Daarmee komt het toegewezen bedrag, exclusief de nog doorlopende rente en eventuele betekeningskosten, uit op 21.541,65 euro.






