DEN HAAG – Een man die betrokken was bij de invoer van ongeveer 125 kilo hennep die per vrachtwagen vanuit Spanje naar Nederland werd gebracht, is volgens advocaat-generaal B.F. Keulen terecht veroordeeld voor medeplegen van drugsinvoer en witwassen. De opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden moet volgens de advocaat-generaal bij de Hoge Raad wel worden verminderd omdat de behandeling van de zaak in cassatie te lang heeft geduurd.
Dat blijkt uit een op dinsdag 18 augustus gepubliceerde conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad. De conclusie dateert van 7 juli 2026. De verdachte was eerder door het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. Ook verklaarde het hof twee geldbedragen verbeurd.
De zaak draait onder meer om een transport dat op 19 juli 2021 bij een loods in Nederland arriveerde. Een vrachtwagen met aanhanger reed die ochtend het terrein op. Vanuit de combinatie werden drie pallets met witte langwerpige dozen gelost.
Hennep verstopt tussen snijbloemen
De politie viel kort daarna de loods binnen. In totaal stonden op de drie pallets 108 witte dozen. De dozen waren voorzien van snijbloemen, maar 62 ervan bevatten daarnaast zwarte zogenoemde strijkzakken met pakketten hennep.
In totaal werd 124 kilogram hennep aangetroffen en in beslag genomen. Volgens de bewezenverklaring ging het om ongeveer 125 kilo hennep die samen met anderen opzettelijk Nederland was binnengebracht.
Uit het onderzoek bleek dat de vrachtwagen uit Spanje kwam. Volgens een verklaring van een chauffeur was de vrachtwagen daar geladen en was de loods in Nederland de eerste afleverlocatie.
De verdachte zelf was al uren vóór de komst van de vrachtwagen bij de loods aanwezig geweest. Het hof stelde vast dat hij daar vanaf ongeveer 04.45 uur samen met twee medeverdachten verbleef. Volgens de observaties stonden de mannen regelmatig in de deuropening naar de weg te kijken, alsof zij op iemand wachtten. De verdachte vertrok omstreeks 06.22 uur. De vrachtwagen arriveerde later die ochtend.
Ruim 120.000 euro in woning
De zaak draaide niet alleen om de hennep. In de woning van de verdachte trof de politie tijdens een doorzoeking €39.000 in de woonkamer en €81.250 in de kelder aan: samen €120.250. Ook werden telefoons in beslag genomen.
Uit berichtenverkeer dat tijdens het onderzoek werd onderzocht, kwam volgens het hof een geldtransactie van ongeveer €124.000 naar voren. Daarbij werd onder meer gesproken over het tellen van het geld en het ophalen ervan.
Het hof concludeerde uiteindelijk dat de verdachte samenwerkte met een groep personen die zich bezighield met de invoer van hennep en een daarmee samenhangende overdracht van geld.
De man werd daarom veroordeeld voor het medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid hennep en het medeplegen van witwassen. Bewezen werd dat hij samen met anderen €120.250 had verworven en voorhanden had, terwijl zij wisten dat het geld direct of indirect uit een misdrijf afkomstig was.
Verdachte ontkende betrokkenheid drugsinvoer
De verdachte ontkende dat hij wist dat de hennep vanuit het buitenland naar de loods zou worden gebracht. Volgens hem was hij daar vanwege zijn werkzaamheden en wilde hij vanwege overstromingen in Duitsland files vermijden.
Het hof ging daar niet in mee. Onder meer zijn aanwezigheid in de loods, het berichtenverkeer, de overdracht van het grote geldbedrag en zijn contacten met medeverdachten waren volgens het hof voldoende om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking.
Namens de verdachte werd vervolgens cassatie ingesteld. Daarbij werd onder meer geklaagd dat niet uit het bewijs zou blijken dat de man wist dat de drugs uit het buitenland kwamen. Ook werd bezwaar gemaakt tegen de veroordeling voor witwassen.
AG: veroordeling kan in stand blijven
Advocaat-generaal Keulen vindt dat deze klachten niet slagen. Volgens hem kan de veroordeling voor de drugsinvoer en het witwassen in stand blijven.
Op één punt krijgt de verdachte wel gelijk. Het cassatieberoep werd op 25 juli 2024 ingesteld, terwijl de stukken pas op 2 mei 2025 bij de Hoge Raad binnenkwamen. Daarmee werd de daarvoor geldende termijn van acht maanden met meer dan een maand overschreden. Bovendien zal de Hoge Raad niet binnen twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak doen.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad daarom de uitspraak uitsluitend te vernietigen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf van 24 maanden en die straf te verminderen. Voor het overige moet het cassatieberoep volgens hem worden verworpen.






