SCHIPHOL – Transavia zet deze zomer een groot deel van zijn nachtvluchten vanaf Amsterdam Airport Schiphol in met de stillere Airbus A321neo. Na de komst van het achttiende toestel van dit type wordt inmiddels 62 procent van de nachtvluchten uitgevoerd met de Airbus A321neo.
De luchtvaartmaatschappij ontving het achttiende toestel op woensdag 1 juli. Sinds de eerste commerciële vlucht met de Airbus A321neo op 5 januari 2024 groeit het aandeel van deze vliegtuigen binnen de vloot gestaag.
Stillere toestellen vooral ’s nachts ingezet
Transavia zet de Airbus A321neo zoveel mogelijk in tijdens de nachtelijke uren. De luchtvaartmaatschappij vervangt de bestaande vloot van Boeing 737-toestellen de komende jaren volledig door de stillere Airbussen. Daardoor zal het aandeel nachtvluchten met de A321neo verder toenemen.
Volgens CEO Paul Terstegge laat de vlootvernieuwing zien dat de maatschappij investeert in het daadwerkelijk terugdringen van geluidsoverlast.
“Met iedere nieuwe Airbus die we toevoegen, neemt het aandeel stillere vluchten toe en dragen we bij aan een stillere leefomgeving voor omwonenden.”
Bijdrage aan stillere nachten rond Schiphol
In het coalitieakkoord is vastgelegd dat de nacht rond Schiphol in 2030 50 procent stiller moet zijn. Volgens Transavia draagt de inzet van de Airbus A321neo daar direct aan bij. De zogenoemde noise footprint van het toestel is ongeveer 50 procent kleiner dan die van de Boeing 737 die de maatschappij uitfaseert.
Transavia onderschrijft de ambitie van het kabinet om de geluidsoverlast in de nacht te verminderen. Volgens de luchtvaartmaatschappij moet de nadruk daarbij liggen op het terugdringen van geluid en het verbeteren van de leefomgeving, en niet op krimp van de luchtvaart of een volledige nachtsluiting.
Waarschuwing voor gevolgen van extra beperkingen
Tegelijkertijd waarschuwt Transavia dat verdere beperkingen van nachtvluchten gevolgen kunnen hebben voor reizigers. Volgens de maatschappij kunnen strengere beperkingen leiden tot hogere ticketprijzen en ertoe bijdragen dat passagiers uitwijken naar luchthavens in België en Duitsland.






