DEN HAAG – Het aandeel huishoudens met een vast energiecontract is in 2025 gestegen naar 53 procent. Daarmee ligt het aandeel weer op vrijwel hetzelfde niveau als vóór de energiecrisis. In 2023 had slechts 33 procent van de huishoudens een vast contract, doordat energieleveranciers tijdens de energiecrisis nauwelijks nog vaste contracten aanboden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Tijdens de energiecrisis in 2022 en 2023 werden vaste contracten eerst fors duurder en later zelfs tijdelijk niet meer aangeboden. De stijgende energieprijzen waren het gevolg van de Russische inval in Oekraïne. Huishoudens waarvan een vast contract afliep, kwamen daardoor vaak automatisch terecht in een variabel contract.
In 2025 bestaat 53 procent van alle energiecontracten uit vaste contracten, tegenover 47 procent variabele contracten. Een jaar eerder was de verhouding 51 tegen 49 procent. In 2021, vóór de energiecrisis, had 55 procent van de huishoudens een vast contract.
Woningeigenaren kiezen vaker voor vast
Volgens het CBS hebben woningeigenaren vaker een vast energiecontract dan huurders. Van de huishoudens met een koopwoning heeft 58 procent een vast contract. Bij huurders van woningcorporaties ligt dat aandeel op 50 procent, terwijl slechts 47 procent van de huurders in de particuliere sector een vast contract heeft.
Het CBS vermoedt dat woningeigenaren actiever zijn bij het afsluiten van een nieuw vast contract wanneer een bestaand contract afloopt. Huishoudens die geen nieuw contract afsluiten, komen automatisch terecht in een variabel contract.
Vast contract populairder bij hogere inkomens
Ook het inkomen speelt een rol. Huishoudens met hogere inkomens hebben doorgaans vaker een vast energiecontract dan huishoudens met lagere inkomens. Van de 10 procent huishoudens met de laagste inkomens heeft 43 procent een vast contract.
Het hoogste aandeel vaste contracten werd gemeten bij huishoudens die behoren tot de inkomensgroepen net onder de hoogste inkomenscategorieën. Daar ligt het aandeel vaste contracten op 57 procent. Bij de 10 procent hoogste inkomens bedraagt dit aandeel 53 procent.
Elektrisch verwarmde woningen kiezen vaak voor vast
Huishoudens die hun woning elektrisch verwarmen en daarnaast gas gebruiken, hebben het vaakst een vast energiecontract. Bij woningen met een hoog gasverbruik heeft 62 procent een vast contract, terwijl dit bij vergelijkbare woningen met een lager gasverbruik 61 procent is.
Volgens het CBS gaat het hierbij waarschijnlijk vaak om woningen met een hybride warmtepomp. Woningen met stadsverwarming zonder gasverbruik hebben juist relatief vaak een variabel contract. Daar bedraagt het aandeel variabele contracten 61 procent.
Over het algemeen geldt dat huishoudens die naast hun verwarmingssysteem ook gas gebruiken, vaker kiezen voor een vast energiecontract dan vergelijkbare woningen zonder gasverbruik.






