HAARLEM – De kantonrechter in Haarlem heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden van een KLM-medewerker die verantwoordelijk was voor het tanken van vliegtuigen op Schiphol. Volgens de rechtbank handelde de werknemer ernstig verwijtbaar nadat tijdens een tankbeurt ongeveer 1.000 liter vliegtuigbrandstof lekte.
De werknemer was sinds mei 2024 in vaste dienst bij KLM Ground Services als ‘Dispencer Operator De-icer Level 2’. In die functie was hij onder meer verantwoordelijk voor het bevoorraden van vliegtuigen met brandstof en het de-icen van toestellen. Daarvoor gelden strenge veiligheidsregels en protocollen.
Het incident vond plaats op 14 juni 2025 tijdens het tanken van een vliegtuig. Uit camerabeelden en verklaringen blijkt volgens de rechtbank dat de medewerker tijdens het tankproces in de cabine van zijn tankwagen ging zitten zonder het tanken te stoppen. Daardoor had hij ruim vijf minuten geen zicht op het tankproces.
Vanaf een vleugel van het vliegtuig begon vervolgens brandstof weg te lekken. Een collega ontdekte de lekkage en waarschuwde de medewerker, die daarop het tanken stopzette. Volgens de rechtbank stroomde gedurende ongeveer anderhalve minuut circa 1.000 liter vliegtuigbrandstof op het platform. Hulpdiensten, brandweer en ambulances kwamen ter plaatse om de situatie veilig te stellen. Het vliegtuig vertrok uiteindelijk met anderhalf uur vertraging.
De rechter benadrukt dat de veiligheidsregels van KLM duidelijk voorschrijven dat medewerkers tijdens het tanken voortdurend toezicht moeten houden en het tankproces moeten stoppen zodra zij zich van het voertuig verwijderen. De medewerker was bovendien eerder al gewaarschuwd voor vergelijkbaar gedrag en had na een onvoldoende praktijkcontrole zelfs een verplichte opfriscursus moeten volgen.
Volgens de werknemer handelden collega’s in de praktijk op dezelfde manier en moest hij de cabine in om aanvullende tankopdrachten op zijn iPad te controleren. De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechter heeft KLM voldoende aangetoond dat het tankproces veilig kan worden onderbroken en hervat zonder tussenkomst van een monteur.
Ook rekent de rechtbank het de werknemer zwaar aan dat hij wisselende verklaringen aflegde over het incident. Zo ontkende hij aanvankelijk dat hij in de cabine zat en verwees hij later onder meer naar de situatie in het Midden-Oosten waardoor hij afgeleid zou zijn geweest. Volgens de rechter nam de werknemer geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen en toonde hij onvoldoende inzicht in de veiligheidsrisico’s.
De kantonrechter oordeelt daarom dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. De arbeidsovereenkomst is per 1 juni 2026 ontbonden zonder opzegtermijn en zonder recht op een transitievergoeding. Ook een verzoek van de werknemer om een billijke vergoeding van 75.000 euro werd afgewezen.




