GENEVE – De European Transport Workers’ Federation (ETF), de International Transport Workers’ Federation (ITF) en de International Road Transport Union (IRU) roepen overheden op om strengere veiligheidsmaatregelen in te voeren voor bus- en touringcarchauffeurs bij frontale aanrijdingen. Dat doen de organisaties in een gezamenlijke brief aan vertegenwoordigers binnen de UNECE-werkgroep voor passieve veiligheid (GRSP).
Volgens de organisaties lopen buschauffeurs bij frontale botsingen nog altijd grote risico’s. Dat komt onder meer doordat chauffeurs zich helemaal voorin het voertuig bevinden, er weinig vervormingsruimte aan de voorkant van de bus is en de impactkrachten bij zware passagiersvoertuigen groot zijn.
Onderzoek en ongevalanalyses van het Noorse Institute of Transport Economics tonen volgens de brief aan dat de huidige regelgeving tekortschiet. Vooral bij dodelijke ongevallen bij relatief lage snelheden zouden bestaande veiligheidssystemen onvoldoende bescherming bieden aan chauffeurs.
De organisaties benadrukken dat actieve veiligheidssystemen weliswaar kunnen helpen om ongevallen te voorkomen, maar dat sterkere passieve veiligheidsmaatregelen noodzakelijk blijven wanneer een botsing daadwerkelijk plaatsvindt.
In de brief stellen ETF, ITF en IRU dat buschauffeurs recht hebben op een veilige werkomgeving en dat het voorkomen van ernstig letsel en dodelijke slachtoffers een prioriteit moet worden binnen de regelgeving.
De organisaties vragen de deelnemende landen onder meer om steun voor de oprichting van een speciale werkgroep, zoals voorgesteld door de Noorse overheid. Die werkgroep moet zich richten op praktische en evenwichtige oplossingen die de bescherming van chauffeurs verbeteren zonder de duurzaamheid van het personenvervoer in gevaar te brengen.
Volgens ETF, ITF en IRU is samenwerking tussen overheden, voertuigfabrikanten, vervoerders, werknemersorganisaties en technische experts essentieel om de veiligheid van buschauffeurs bij frontale aanrijdingen daadwerkelijk te verbeteren.




