ARNHEM – Een 40-jarige vrachtwagenchauffeur is door de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in Duiven. De chauffeur verleende op 4 juni 2025 geen voorrang aan een fietser, die een dag later aan zijn verwondingen overleed. Dat blijkt uit een uitspraak van 30 oktober 2026, gepubliceerd op 2 november.
De rechtbank oordeelt dat de beroepschauffeur aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. Hij reed zonder te stoppen of voldoende snelheid te minderen een kruispunt over, terwijl duidelijk was aangegeven dat hij voorrang moest verlenen.
Aanrijding op kruispunt in Duiven
Het ongeval gebeurde op woensdag 4 juni 2025 rond 17.00 uur op de kruising van de Dijkgraaf met de Nieuwgraaf in Duiven.
De vrachtwagenchauffeur reed over de Dijkgraaf in de richting van de Nieuwgraaf. Op het kruispunt stonden verkeersborden en waren haaientanden aangebracht die aangaven dat bestuurders voorrang moesten verlenen aan het verkeer op de Nieuwgraaf.
Op dat moment naderde vanaf links een fietser over het fietspad aan de overzijde van de kruising.
De chauffeur reed met een snelheid van minimaal 20 kilometer per uur het kruispunt op, zonder te stoppen. Hij wilde doorrijden naar de inrit van een bedrijventerrein.
Toen hij het fietspad overstak, bevond de fietser zich recht voor de vrachtwagen. De chauffeur zag hem op dat moment voor het eerst en kon een aanrijding niet meer voorkomen.
De vrachtwagen raakte de rechterzijde van het achterwiel van de fiets, waardoor de fietser ten val kwam.
Het slachtoffer liep ernstig letsel op, waaronder bloedingen bij de hersenen, schedelbreuken, breuken in het aangezicht, sleutelbeen en de ribben en een longkneuzing.
De fietser overleed op 5 juni 2025 in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
Chauffeur voerde handsfree telefoongesprek
Uit onderzoek naar de telefoon van de chauffeur bleek dat hij kort voor en tijdens het ongeval een WhatsApp-telefoongesprek voerde.
De oproep begon om 16.55.09 uur en eindigde om 17.00.48 uur. Volgens de verkeersongevallenanalyse vond de aanrijding plaats om 17.00.40 uur.
De chauffeur was dus op het moment van de aanrijding nog aan het bellen.
Uit aanvullend politieonderzoek bleek dat hij handsfree belde.
De rechtbank achtte niet bewezen dat de chauffeur tijdens de aanrijding zijn telefoon vasthield, bediende of andere handelingen met het toestel verrichtte. Van dat onderdeel van de tenlastelegging werd hij vrijgesproken.
Wel woog de rechtbank mee dat het voeren van een telefoongesprek aandacht vraagt en dat daardoor extra oplettendheid noodzakelijk was.
Geen belemmerd zicht of technische oorzaak
De chauffeur verklaarde dat hij niet bekend was met de verkeerssituatie op de locatie.
Hij had de verkeersborden, haaientanden en het fietspad wel gezien en wist dat hij voorrang moest verlenen.
Volgens zijn eigen verklaring reed hij ongeveer 20 kilometer per uur en stak hij de kruising over zonder snelheid te minderen.
Pas toen de fietser recht voor zijn cabine verscheen, zag hij hem en trapte hij onmiddellijk op de rem.
Uit de verkeersongevallenanalyse bleek dat er geen technische of infrastructurele oorzaak kon worden vastgesteld die aan het ongeval had bijgedragen.
Ook werd het zicht op de kruising niet belemmerd door vaste objecten en waren er geen bijzondere weersomstandigheden die het ongeval konden verklaren.
Volgens de rechtbank had de chauffeur de fietser daarom niet alleen kunnen zien, maar ook moeten zien.
Bijzondere verantwoordelijkheid beroepschauffeur
De rechtbank benadrukt in het vonnis dat van een beroepschauffeur een grotere mate van zorgvuldigheid mag worden verwacht dan van een gemiddelde ervaren weggebruiker.
Een vrachtwagen is een zwaar voertuig met een langere remweg en kan bij een aanrijding aanzienlijk meer schade veroorzaken dan een personenauto.
Daarom rust volgens de rechtbank op een professionele vrachtwagenchauffeur een bijzondere verantwoordelijkheid om tijdig te anticiperen op andere verkeersdeelnemers, met name kwetsbare weggebruikers.
De rechtbank stelt vast dat de chauffeur een overzichtelijk kruispunt naderde waar hij duidelijk voorrang moest verlenen.
Door zonder te stoppen of zijn snelheid aanzienlijk te verminderen door te rijden, ontnam hij zichzelf de mogelijkheid om tijdig te reageren op naderend of overstekend verkeer.
De rechtbank concludeert dat sprake was van aanmerkelijke schuld aan het verkeersongeval, zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Verdediging vroeg om vrijspraak
De advocaat van de chauffeur had vrijspraak bepleit voor het veroorzaken van een verkeersongeval door schuld.
Volgens de verdediging was het enkele feit dat de chauffeur een andere verkeersdeelnemer niet had opgemerkt onvoldoende om te kunnen spreken van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Ook stelde de advocaat dat geen verband was aangetoond tussen het handsfree telefoongesprek en het niet opmerken van de fietser.
De rechtbank volgde deze redenering niet.
Volgens de rechters ging het niet uitsluitend om het missen van een verkeersdeelnemer, maar om het geheel van de gedragingen van de chauffeur.
Daarbij speelden het niet verlenen van voorrang, het onvoldoende verminderen van de snelheid, het niet tijdig waarnemen van de fietser en het voeren van een telefoongesprek een rol.
Chauffeur verloor baan na ongeval
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de chauffeur.
De man is de enige kostwinner van een gezin met vier kinderen en was niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Volgens het vonnis heeft het ongeval ook op hem grote emotionele impact gehad. Hij kon daardoor vier maanden niet werken.
Daarnaast werd hij door zijn werkgever ontslagen vanwege de inbeslagname van zijn tachograaf.
De rechtbank hield er rekening mee dat een langdurige rijontzegging grote financiële gevolgen zou hebben voor zijn gezin.
De officier van justitie had een taakstraf van 240 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar geëist.
De rechtbank legde dezelfde taakstraf op, maar besloot de rijontzegging gedeeltelijk voorwaardelijk te maken.
240 uur taakstraf en zes maanden rijontzegging
De chauffeur krijgt een taakstraf van 240 uur. Wanneer hij deze niet naar behoren uitvoert, kan vervangende hechtenis van 120 dagen worden toegepast.
Daarnaast mag hij twaalf maanden geen motorrijtuigen besturen, waarvan zes maanden voorwaardelijk zijn opgelegd.
Voor het voorwaardelijke deel geldt een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank week daarmee af van de gebruikelijke strafmaat voor een dodelijk verkeersongeval waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld.
Volgens de rechters bevindt de mate van schuld zich aan de ondergrens van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De persoonlijke omstandigheden van de chauffeur vormden aanleiding om de rijontzegging gedeeltelijk voorwaardelijk op te leggen.
Vordering van 20.000 euro schokschade
De echtgenote van de overleden fietser had een schadevergoeding van 20.000 euro geëist wegens schokschade.
Zij werd na het ongeval in het ziekenhuis geconfronteerd met de ernstige verwondingen van haar man.
Volgens haar verklaring waren de verwondingen zo ernstig dat zij haar echtgenoot alleen aan zijn kleding kon herkennen. Zij bleef aan zijn bed zitten totdat hij overleed.
Uit informatie van de huisarts bleek dat zij na het overlijden van haar man posttraumatische klachten had ontwikkeld, waaronder angstklachten die volgens de huisarts ook aan criteria voor een posttraumatische stressstoornis voldeden.
De rechtbank erkent dat de gebeurtenissen voor de vrouw bijzonder schokkend zijn geweest.
Toch kon op basis van de ingediende stukken niet zonder nader onderzoek worden vastgesteld of sprake was van voldoende objectiveerbaar ernstig geestelijk letsel om de gevraagde schokschade toe te kennen.
Omdat dergelijk onderzoek een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen, verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering.
Dat betekent dat de schadeclaim niet inhoudelijk is afgewezen. De vrouw kan haar vordering nog voorleggen aan de burgerlijke rechter.
De rechtbank benadrukte tot slot dat geen enkele straf het verdriet en het gemis van de nabestaanden kan wegnemen.





