LONDEN – De economische bedrijvigheid in de eurozone is in oktober sterker afgezwakt dan verwacht. Volgens marktonderzoeker S&P Global komt dit door een stijging van de kosten van bedrijven door de hogere energieprijzen als gevolg van de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten. Een hernieuwde krimp van de economische activiteit in Frankrijk door de politieke onrust in de op een na grootste economie van het eurogebied, drukte ook op de bedrijvigheid.
De index van S&P Global die de algehele bedrijvigheid in het eurogebied meet, daalde van 53,1 in september naar 51,9 in oktober. Een niveau van 50 of meer duidt op groei, daaronder op krimp. De economische activiteit ligt daarmee op het laagste niveau in vier maanden. Economen hadden gerekend op een kleinere afname tot 52,7.
In Frankrijk was er zowel in de industrie als de dienstensector in oktober sprake van krimp. Het Franse herstel in september was daarmee van korte duur. In die maand nam de bedrijvigheid in het land nog toe tot het hoogste niveau in ruim twee jaar.
Een deel van de zwakte in Frankrijk zou kunnen worden toegeschreven aan de stakingen en de ernstigste onlusten in grote Franse steden in jaren, zei hoofdeconoom Chris Williamson van S&P Global. De groei is volgens hem echter ook in de rest van de eurozone licht afgezwakt.
In Duitsland, de grootste economie van het eurogebied, viel de bedrijvigheid terug tot het laagste niveau in twee maanden. Een groeiversnelling in de Duitse industrie werd daarbij tenietgedaan door een vertraging in de dienstensector.
De belangrijkste factor achter de bredere groeivertraging in de eurozone is volgens Williamson de verdere toename van de inflatie in de afgelopen maand. Zo stegen de inkoopkosten voor de tweede achtereenvolgende maand door hogere prijzen voor energie, brandstof en transport. Ook de hogere rente begint volgens hem zijn tol te eisen en remt de vraag.
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de rente dit jaar twee keer verhoogd om de inflatie te bestrijden. Volgende week vergadert de ECB opnieuw over de rente. Algemeen wordt verwacht dat de centrale bank het rentetarief dan onveranderd laat op 2,5 procent, maar in december de leenkosten verder gaat verhogen met een kwart procentpunt.







