DEN HAAG – In de Nederlandse sector vervoer en opslag zijn in het derde kwartaal van 2026 in totaal 2.580 nieuwe bedrijfsvestigingen gestart. Tegelijkertijd werden 1.616 vestigingen beëindigd. Daarmee behoort vervoer en opslag tot de sectoren met relatief veel bedrijfsbeëindigingen. Dat blijkt uit het KVK Trendrapport over het derde kwartaal van 2026, dat donderdag 22 oktober is gepubliceerd.
Volgens de Kamer van Koophandel (KVK) telde de sector vervoer en opslag op 1 oktober 2026 in totaal 85.711 bedrijfsvestigingen. Daarmee vertegenwoordigt de sector ongeveer 3 procent van alle geregistreerde vestigingen in Nederland.
Van de 2.580 starters in vervoer en opslag was 80 procent zzp’er. Daarmee ligt het aandeel zelfstandigen onder nieuwe ondernemers in deze sector iets onder het landelijke gemiddelde van 82 procent.
Ook onder bestaande ondernemingen speelt zelfstandig ondernemerschap een belangrijke rol. Van alle vestigingen in vervoer en opslag wordt 64 procent door zzp’ers gevormd.
Relatief veel bedrijven stoppen in vervoer en opslag
Vervoer en opslag behoort tot de sectoren met het hoogste aantal bedrijfsbeëindigingen in verhouding tot het totale aantal vestigingen.
Volgens de KVK zijn er in deze sector, samen met verhuur en overige zakelijke diensten en handel, relatief veel stoppers per 1.000 vestigingen.
In het derde kwartaal van 2026 werden in vervoer en opslag 1.616 vestigingen beëindigd. Van deze stoppers was 76 procent zzp’er.
Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat het aantal starters in vervoer en opslag weer toeneemt. Uit de sectoranalyse blijkt dat de groei van het aantal starters in het derde kwartaal boven de gemiddelde ontwikkeling van de afgelopen jaren ligt.
De cijfers hebben betrekking op de volledige sector vervoer en opslag. Daaronder vallen verschillende vormen van personen- en goederenvervoer en logistieke activiteiten. Het rapport maakt binnen deze cijfers geen afzonderlijk onderscheid voor bijvoorbeeld het beroepsgoederenvervoer over de weg.
82 procent van alle starters is zzp’er
Landelijk blijft het aantal zelfstandigen groeien, ondanks de discussie over schijnzelfstandigheid en maatregelen om de inzet van zzp’ers terug te dringen.
In het derde kwartaal van 2026 werden in Nederland 62.395 nieuwe bedrijfsvestigingen geregistreerd. Dat is een stijging van 15,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, toen er 54.092 starters waren.
Van alle nieuwe vestigingen was 82 procent zzp’er. Onder alle bestaande vestigingen in het Handelsregister bedraagt het aandeel zzp’ers 69 procent.
Vooral in het onderwijs, de bouwnijverheid en overige dienstverlening is het aandeel zelfstandigen onder starters hoog.
Volgens de KVK is de afname van het aantal zzp’ers die eind 2024 zichtbaar was, niet doorgezet. Het aantal zelfstandigen neemt inmiddels alweer geruime tijd toe.
Behoefte aan flexibiliteit blijft bestaan
Joris Knoben, hoogleraar strategie en ondernemerschap aan Tilburg University, stelt dat de ontwikkeling laat zien dat er behoefte blijft aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
“Mensen bewegen gedurende hun loopbaan tussen loondienst, ondernemerschap en andere flexibele arbeidsvormen. Vooral in sectoren als de bouw zie je dat organisaties gebruikmaken van een mix van werknemers en zelfstandigen. Die behoefte aan flexibiliteit verdwijnt niet zomaar”, aldus Knoben.
Ook in het onderwijs blijft het aandeel zzp’ers relatief hoog, ondanks afspraken om de inzet van zelfstandigen terug te dringen.
“Daar waren op sectorniveau afspraken gemaakt om minder gebruik te maken van zelfstandigen, maar in de praktijk blijft deze constructie bestaan. Dat laat zien dat de vraag naar flexibiliteit niet eenvoudig weg te organiseren is.”
Meer eenmanszaken en bv’s
Van alle starters in het derde kwartaal koos 77 procent voor een eenmanszaak. Het aantal nieuwe eenmanszaken steeg met 20 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
Daarnaast koos 17 procent voor een besloten vennootschap (bv). Het aantal nieuwe bv’s nam met 3,2 procent toe.
Ongeveer 5 procent van de starters koos voor een vennootschap onder firma (vof). Het aantal nieuwe vof’s daalde met 0,7 procent.
Minder stoppers, iets meer faillissementen
Het totale aantal geregistreerde bedrijfsvestigingen in Nederland steeg met 1,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Eind september 2026 stonden er 2.637.902 vestigingen ingeschreven in het Handelsregister.
Het aantal bedrijfsbeëindigingen daalde landelijk met 4,3 procent. In het derde kwartaal stopten 36.610 vestigingen, tegenover 38.239 in dezelfde periode van 2025.
Ongeveer 74 procent van de gestopte vestigingen betrof een zzp’er.
Het aantal faillissementen nam daarentegen licht toe. In het derde kwartaal werden 735 faillissementen geregistreerd, een stijging van 0,6 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Volgens de KVK wijzen de daling van het aantal stoppers en de aanhoudende groei van het aantal vestigingen op veerkracht binnen het Nederlandse bedrijfsleven.
Ondanks nationale en internationale onzekerheden blijven ondernemers volgens de organisatie kansen zien om een eigen bedrijf te beginnen.
Personeelstekort blijft knelpunt
Uit de conjunctuurgegevens in het KVK Trendrapport blijkt verder dat het tekort aan personeel voor veel mkb-bedrijven een belangrijk obstakel blijft bij hun bedrijfsontwikkeling.
Dat speelt naast andere onzekerheden over het economische klimaat en de toekomstige personeelsbezetting.
De KVK benadrukt dat de cijfers betrekking hebben op economisch actieve hoofd- en nevenvestigingen. Bij de registratie van zzp’ers worden zowel fulltime als parttime zelfstandigen meegeteld.
Ook bij de cijfers over starters en stoppers gaat het om vestigingen en niet noodzakelijk om volledig nieuwe of opgeheven ondernemingen.







