OOST-NEDERLAND – Een brede coalitie van ondernemersorganisaties, brancheverenigingen, havens en regionale samenwerkingsverbanden wil dat het kabinet binnen zes maanden met één uitvoerbaar plan komt om de gevolgen van laagwater in Oost-Nederland aan te pakken. De organisaties waarschuwen dat stremmingen van vaarwegen, slecht bereikbare binnenhavens en onzekerheid over de watervoorziening steeds grotere gevolgen hebben voor de binnenvaart, logistiek en industrie.
De oproep staat in het position paper ‘De bodem in zicht in Oost-Nederland’, dat dinsdag 13 oktober is aangeboden aan de vaste Kamercommissies voor Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken.
De ondertekenaars willen dat het kabinet vóór het droogteseizoen van 2027 concrete maatregelen vastlegt om nieuwe verstoringen zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar structurele verbeteringen van vaarwegen en sluizen, maar ook naar tijdelijke oplossingen, alternatieve transportroutes en betere communicatie met bedrijven.
Twentekanaal gesloten, havens moeilijk bereikbaar
De droogte van 2026 heeft volgens de organisaties opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de economie van Oost-Nederland is voor lage waterstanden.
Afgelopen zomer werd het Twentekanaal tijdelijk afgesloten voor de scheepvaart. Ook waren verschillende havens door de lage waterstand van de IJssel beperkt bereikbaar.
Bedrijven kregen daardoor te maken met hogere transportkosten, verstoringen van hun logistieke processen en uitgestelde investeringen. Volgens de coalitie verdwijnen deze problemen niet onmiddellijk wanneer een vaarweg weer wordt opengesteld. Achterstanden moeten worden weggewerkt en de beschikbare scheepvaartcapaciteit moet opnieuw worden opgebouwd.
“Bedrijven hielden deze zomer de boel draaiende, maar dat houden ze niet vol. Wie niet weet of de vaarweg volgend jaar open is, stelt investeringen uit. Wij leggen deze vraag bij de Kamer, omdat de Kamer het kabinet kan vragen om concrete maatregelen en één uitvoerbare routekaart”, zegt Anne-Ruth Scheijgrond, expert binnenvaart namens Port of Twente Logistic Association en woordvoerder van de ondertekenende partijen.
Ook Saskia Toor, beleidsadviseur Oost bij evofenedex, benadrukt dat ondernemers al sinds het begin van de zomer hinder ondervinden van maatregelen vanwege de lage waterstanden.
Volgens haar staat veiligheid voorop, maar moeten de betrokken partijen voorkomen dat bedrijven volgend jaar opnieuw met dezelfde problemen worden geconfronteerd. Het position paper bevat daarom niet alleen een overzicht van de knelpunten, maar ook voorstellen voor oplossingen.
Meer goederen over de weg door laagwater
De organisaties waarschuwen dat aanhoudende problemen op de vaarwegen ertoe kunnen leiden dat bedrijven hun goederenstromen structureel verplaatsen naar het wegvervoer.
Bij laagwater kunnen binnenvaartschepen minder lading meenemen, worden routes beperkt en kunnen havens tijdelijk onbereikbaar worden.
Uitwijken naar vrachtwagens brengt volgens de coalitie extra kosten en verkeersdruk met zich mee. Wanneer bedrijven vervolgens blijvend kiezen voor wegtransport, kunnen eerdere investeringen in vervoer over water verloren gaan.
Daarmee komt ook de gewenste verschuiving van goederenvervoer van de weg naar het water onder druk te staan.
Voor bepaalde ladingen, waaronder zware en omvangrijke goederen, zijn bovendien niet altijd geschikte alternatieve vervoersmogelijkheden beschikbaar.
Nieuw gemaal bij Eefde krijgt prioriteit
Een belangrijk onderdeel van het voorgestelde plan is het verbeteren van de betrouwbaarheid van de IJssel–Twentekanalen-corridor.
De organisaties vragen het kabinet sneller een besluit te nemen over de aanleg van een nieuw gemaal bij Eefde. Ook willen zij aanpassingen aan de sluis onderzoeken om waterverlies tijdens het schutten van schepen te beperken.
Totdat structurele oplossingen zijn gerealiseerd, moet voldoende tijdelijke pompcapaciteit beschikbaar zijn. Daarbij moeten vooraf afspraken worden gemaakt over de inzet, bediening, het onderhoud en de beschikbaarheid van pompen tijdens langdurige droogte.
Ook de capaciteit van sluizen na een stremming verdient aandacht. Volgens de organisaties hebben bedrijven weinig aan een vaarweg die officieel weer geopend is, maar waar slechts een beperkt aantal schepen kan worden geschut.
Naast Eefde vragen de ondertekenaars aandacht voor de kwetsbare toegang tot de haven van Deventer, de sluis bij Doesburg en de stadsbruggen van Zutphen.
Bij Zutphen moet worden onderzocht of aanpassingen of vervanging van bruggen kunnen zorgen voor een betere doorvaarthoogte en minder beperkingen voor de scheepvaart.
Ook de watervoorziening van het kanaal Almelo-De Haandrik en delen van Drenthe moet bij de plannen worden betrokken.
Duidelijke afspraken over sluiting en heropening
De coalitie wil dat bedrijven eerder weten wanneer beperkingen op vaarwegen en bij sluizen dreigen.
Daarvoor moeten duidelijke criteria worden opgesteld voor het beperken, sluiten en opnieuw openen van vaarwegen. Ook moet inzichtelijk worden wanneer tijdelijke pompcapaciteit wordt ingezet of afgebouwd.
Verder vragen de organisaties om actuele informatie en verwachtingen over waterstanden, beschikbare vaardieptes, doorvaarthoogtes, schutcapaciteit en de beschikbaarheid van water.
Eén gezamenlijk communicatieprotocol tussen vaarwegbeheerders, havens en bedrijven moet ervoor zorgen dat ondernemers sneller en eenduidiger worden geïnformeerd.
Volgens de ondertekenaars is dat noodzakelijk om transportplanning, productie, voorraden en investeringen tijdig te kunnen aanpassen.
Alternatieve routes en mobiele overslagpunten
Een ander belangrijk voorstel is het vooraf organiseren van alternatieve vervoersmogelijkheden wanneer vaarwegen door droogte niet meer of slechts beperkt beschikbaar zijn.
De organisaties willen dat wordt vastgelegd welke goederenroutes en overslaglocaties kunnen worden ingezet en hoeveel capaciteit op de weg, het spoor en het water beschikbaar is.
Daarbij moet worden voortgebouwd op de samenwerking tussen Port of Zwolle, Port of Twente en Port of Deventer.
Ook pleiten de organisaties voor de ontwikkeling van multimodale knooppunten en het onderzoeken van mobiele overslagvoorzieningen. Daarmee kunnen goederen tijdelijk worden overgeladen tussen grotere en kleinere binnenvaartschepen, vrachtwagens en treinen.
Vooraf moeten afspraken worden gemaakt over vergunningen, kosten en de beschikbare capaciteit.
Daarnaast wordt gepleit voor meer inzet van schepen die geschikt zijn voor lage waterstanden en modulaire scheepsconcepten waarmee de binnenvaart ook tijdens droge perioden langer kan blijven varen.
Onderzoek naar waterberging en stuwen
Voor de langere termijn willen de organisaties dat verschillende ingrijpende maatregelen worden onderzocht.
Daarbij gaat het onder meer om extra waterberging in Nederland en Duitsland, een andere verdeling van water bij Driel, de rol van het IJsselmeer en mogelijke vormen van peilbeheer in de IJssel, waaronder stuwen.
Volgens de coalitie mogen deze mogelijkheden niet afzonderlijk worden beoordeeld. Ook de gevolgen voor waterveiligheid, natuur, waterkwaliteit, bevaarbaarheid en gebieden stroomopwaarts en stroomafwaarts moeten worden meegewogen.
Het position paper benadrukt dat nog geen keuze voor een specifieke ingreep moet worden gemaakt voordat de verschillende mogelijkheden zijn onderzocht.
Duitse aanpak als voorbeeld
De ondertekenaars wijzen ook op de ontwikkelingen in Duitsland.
Op 4 september 2026 riepen vier Duitse Rijnoeverdeelstaten en verschillende economische organisaties op tot structurele investeringen in waterwegen en binnenhavens.
Daarbij werd een jaarlijkse financieringsbehoefte van minimaal 2,5 miljard euro genoemd voor het Duitse waterwegennet. Het gaat om een gevraagde investering en niet om al beschikbaar gesteld budget.
De Nederlandse organisaties willen dat het kabinet met vergelijkbare urgentie handelt en nauwer samenwerkt met Duitsland en Zwitserland.
Ook moet worden onderzocht of Europese financiering mogelijk is, bijvoorbeeld via de Connecting Europe Facility voor vervoer.
Concrete maatregelen vóór droogteseizoen 2027
De gevraagde routekaart moet binnen zes maanden worden opgesteld door het kabinet, samen met het bedrijfsleven, regionale overheden en water- en infrastructuurbeheerders.
Daarin moeten maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn worden gekoppeld aan verantwoordelijke partijen, financiering, besluitmomenten en uitvoering.
Voor het droogteseizoen van 2027 moet bovendien een operationeel pakket gereed zijn met afspraken over tijdelijke pompcapaciteit, communicatie, waterbeschikbaarheid, alternatieve vervoersroutes en het hervatten van de scheepvaart na stremmingen.
De organisaties vragen daarnaast om jaarlijkse rapportage over de voortgang.
Het position paper is ondertekend door VNO-NCW Midden, Twente Board, evofenedex, Logistics Overijssel, Bouwend Nederland Regio Oost, Koninklijke Binnenvaart Nederland, Ondernemersvereniging Port of Twente, Port of Deventer en Transport en Logistiek Nederland (TLN).




