BOEKAREST â Het CMR-verdrag, dat de juridische basis vormt voor internationaal goederenvervoer over de weg, bestaat 70 jaar. Hoewel jaarlijks ongeveer 280 miljoen internationale transporten onder het CMR-verdrag vallen, wordt de elektronische vrachtbrief (eCMR) bij minder dan 1 procent van deze transporten gebruikt. Volgens de internationale wegtransportorganisatie IRU moet de sector daarom sneller werk maken van digitalisering.
Tijdens het International CMR Colloquium in Boekarest kwamen juristen, wetenschappers en vertegenwoordigers uit de transportsector bijeen om stil te staan bij het 70-jarig bestaan van het verdrag en de toekomst van de elektronische vrachtbrief.
De bijeenkomst werd georganiseerd door de Universiteit van Boekarest en de CMR Advisory Council, met ondersteuning van IRU en de Roemeense transportorganisatie UNTRR.
IRU-president Radu Dinescu benadrukte tijdens de bijeenkomst dat vooral kleine en middelgrote transportbedrijven moeten kunnen profiteren van de digitalisering.
70 jaar juridische zekerheid in internationaal wegtransport
Het CMR-verdrag werd in 1956 in Genève gesloten. Voor die tijd kregen internationaal opererende transportbedrijven te maken met uiteenlopende nationale regels voor vervoerders, afzenders en ontvangers.
Het verdrag bracht daarin verandering door een gezamenlijk juridisch kader vast te leggen voor vervoersovereenkomsten, vrachtbrieven, aansprakelijkheid, schadeclaims en de bevoegde rechter.
Inmiddels zijn 58 landen in Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten en AziÃĢ aangesloten bij het CMR-verdrag.
“CMR is een verdrag waarop onze vervoerders en hun klanten iedere dag vertrouwen”, zei IRU-president Radu Dinescu. “Dat is een duidelijk teken dat het verdrag werkt.”
Volgens Dinescu biedt het verdrag transportondernemingen de zekerheid dat zij goederen over meerdere landsgrenzen kunnen vervoeren binnen een herkenbaar juridisch kader.
Ook opdrachtgevers weten daardoor beter wie verantwoordelijk is wanneer er tijdens het transport iets misgaat.
Tijdens de bijeenkomst werd eveneens gesproken over de manier waarop rechters in verschillende landen het verdrag toepassen.
Daarbij kwamen onder meer rechterlijke uitspraken uit RoemeniÃĢ, Bulgarije, Montenegro, MoldaviÃĢ en TsjechiÃĢ aan bod.
“Een verdrag blijft alleen relevant als de juridische interpretatie consistent is”, aldus Dinescu.

Elektronische vrachtbrief blijft achter
Hoewel de papieren CMR-vrachtbrief al tientallen jaren een vaste plaats heeft binnen het internationale wegtransport, verloopt de overstap naar de elektronische variant nog langzaam.
De eCMR heeft dezelfde juridische status als de papieren vrachtbrief en kan volgens IRU bijdragen aan lagere administratieve kosten, snellere facturatie en actuele informatie over transportzendingen.
Toch wordt de elektronische vrachtbrief momenteel bij minder dan 1 procent van de ongeveer 280 miljoen internationale CMR-transporten per jaar gebruikt.
Volgens Dinescu ligt hier een belangrijke uitdaging voor de sector.
“Deze kloof is zowel een uitdaging als een kans”, zei hij. “We moeten nu de stap zetten van ratificatie naar implementatie. Van wetgeving naar de markt.”
43 landen aangesloten bij eCMR-protocol
Het aantal landen dat zich aansluit bij het aanvullende protocol voor de elektronische vrachtbrief groeit.
Inmiddels hebben 43 landen het eCMR-protocol onderschreven. Alleen al in 2026 sloten AlbaniÃĢ, Montenegro, Noord-MacedoniÃĢ en ServiÃĢ zich aan.
Volgens IRU zijn daarmee inmiddels alle landen die een landgrens met RoemeniÃĢ delen aangesloten bij het eCMR-protocol.
Dat is volgens Dinescu belangrijk voor de ontwikkeling van internationale transportcorridors.
“Een wegtransportcorridor werkt alleen als het juridische kader aan beide kanten van de grens aanwezig is”, benadrukte hij.
Verschillende digitale systemen moeten samenwerken
De aansluiting van landen bij het eCMR-protocol betekent volgens IRU niet automatisch dat elektronische vrachtbrieven ook daadwerkelijk op grote schaal worden gebruikt.
Een belangrijk knelpunt is dat verschillende digitale eCMR-platforms onderling gegevens moeten kunnen uitwisselen.
Transportbedrijven die verschillende softwareleveranciers gebruiken, moeten zonder problemen elektronische vrachtbrieven kunnen delen. Daarnaast moeten controlerende autoriteiten de digitale informatie op een uniforme manier erkennen.
IRU werkt daarom met een eCMR Technical Expert Group, waarin technologiebedrijven en vertegenwoordigers uit de transportsector samenwerken aan betere uitwisselbaarheid van gegevens.
Het doel is dat transportondernemingen elektronische vrachtbrieven kunnen uitwisselen, ongeacht het gebruikte platform.
Betaalbare oplossingen voor kleine transportbedrijven
Volgens IRU-president Dinescu is het essentieel dat digitale oplossingen niet alleen geschikt zijn voor grote internationale transportconcerns.
Het grootste deel van de Europese wegtransportsector bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen. Voor deze bedrijven kunnen ingewikkelde systemen en hoge kosten een belemmering vormen.
“De overgrote meerderheid van de vervoerders bestaat uit kleine en middelgrote bedrijven”, aldus Dinescu. “Oplossingen moeten eenvoudig en betaalbaar zijn.”
Volgens IRU zal de verdere ontwikkeling van de elektronische vrachtbrief daarom niet alleen afhangen van wetgeving en technologie, maar ook van de praktische toepasbaarheid voor transportondernemingen.
Zeventig jaar na de invoering van het CMR-verdrag staat de internationale transportsector daarmee voor een nieuwe stap: de overgang van een grotendeels papieren vrachtbrief naar een digitaal systeem dat over landsgrenzen en tussen verschillende softwareplatforms kan functioneren.




