spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerGeen asiel voor Georgiër die zegt met de dood te zijn bedreigd...

Geen asiel voor Georgiër die zegt met de dood te zijn bedreigd na vrachtwagenongeval: rechtbank ziet onvoldoende bewijs

ZWOLLE – De rechtbank Den Haag heeft in een vandaag, maandag 12 oktober, gepubliceerde uitspraak geoordeeld dat de asielaanvraag van een man uit Georgië terecht is afgewezen. De man zegt sinds een dodelijk vrachtwagenongeval in 2012 te worden bedreigd door de familie van zijn overleden medereiziger. Volgens de rechtbank heeft hij echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Georgië daadwerkelijk gevaar loopt.

De uitspraak werd op 5 oktober 2026 gedaan door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De zaak draait om een Georgische man, geboren in 1985, die stelt dat hij zijn land heeft moeten verlaten vanwege bedreigingen en mogelijke bloedwraak na een vrachtwagenongeval.

Medereiziger overlijdt na drugsgebruik

Volgens het asielrelaas van de man vond het ongeval in 2012 plaats tijdens een rit met een vrachtwagen in Georgië.

De bestuurder van de vrachtwagen, die met de man meereisde, wilde drugs gebruiken. De Georgiër verklaarde dat hij vervolgens achter het stuur moest plaatsnemen, hoewel hij niet over het vereiste rijbewijs beschikte.

Nadat de oorspronkelijke bestuurder drugs had gebruikt, werd hij onwel en overleed hij.

De man raakte naar eigen zeggen in paniek, maar bleef met de vrachtwagen doorrijden in de hoop iemand tegen te komen die hulp kon bieden.

Tijdens die rit verloor hij de controle over het voertuig, waarna de vrachtwagen de diepte in stortte.

Familie beschuldigt man van overlijden

Volgens de Georgiër hield de familie van de overleden medereiziger hem verantwoordelijk voor diens dood.

Hij verklaarde dat hij direct na het ongeval door de broer van het slachtoffer werd uitgescholden en met de dood bedreigd.

Deze broer zou volgens de man een belangrijke positie innemen binnen de criminele onderwereld in Georgië.

Uit angst voor bloedwraak verliet hij ongeveer twee weken na het ongeval zijn land.

De man verklaarde verder dat familieleden van de overledene na zijn vertrek zijn vader hadden opgezocht en hem vanaf de tweede verdieping naar beneden hadden gegooid.

Zijn vader zou daarbij hersenletsel hebben opgelopen.

Ook zijn broer en diens kinderen zouden met de dood zijn bedreigd. De ouders en broer van de man vluchtten volgens zijn verklaringen vervolgens naar Europa.

Daarnaast zou de familie van de overleden vrachtwagenbestuurder zijn echtgenote telefonisch hebben beledigd en bedreigd.

Opnieuw bedreigd na terugkeer in 2023

Ondanks de gestelde bedreigingen keerde de Georgiër na zijn vertrek in 2012 tweemaal terug naar zijn geboorteland.

Tijdens zijn tweede terugkeer in 2023 zou de familie van de overleden medereiziger opnieuw hebben ontdekt dat hij in Georgië verbleef.

Volgens de man gebeurde dit via een certificaat van zijn zoon.

Hij verklaarde dat hij daarna opnieuw bedreigingen ontving en wederom moest vluchten.

Ook stelde hij dat de invloed van criminele organisaties in Georgië was toegenomen en dat hij bij terugkeer het risico liep te worden vermoord.

Minister wijst asielaanvraag af

De minister van Asiel en Migratie wees de asielaanvraag op 29 oktober 2025 af.

De minister achtte de identiteit, nationaliteit en herkomst van de man geloofwaardig, maar liet de geloofwaardigheid van de gestelde problemen met de familie van de overledene in het midden.

Volgens de minister waren de verklaringen onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat de man bij terugkeer daadwerkelijk vervolging of ernstige schade riskeert.

Daarbij speelde mee dat de man sinds zijn vertrek in 2012 geen directe bedreigingen van de familie had ontvangen en meerdere keren voor langere tijd zonder persoonlijke problemen naar Georgië was teruggekeerd.

De man ging tegen de afwijzing in beroep.

Rechtbank: dreiging onvoldoende onderbouwd

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Volgens de rechter mocht de minister zwaar laten meewegen dat de man gedurende ongeveer dertien jaar geen directe bedreigingen van de betreffende familie had ontvangen.

Ook had hij na het vrachtwagenongeval meerdere keren langere tijd in Georgië verbleven zonder dat zich daadwerkelijk problemen voordeden.

De rechtbank concludeert dat de man de dreiging kennelijk zelf niet zo groot achtte dat deze hem ervan weerhield naar Georgië terug te keren.

Verder had de man geen bewijs overgelegd van de gestelde telefonische bedreigingen of de mishandeling van zijn vader.

Tijdens zijn asielprocedure had hij verklaard dat hij mogelijk nog over bewijs van de telefonische bedreigingen en ziekenhuisdocumenten van zijn vader beschikte, maar deze stukken werden niet ingediend.

Ook de gestelde bedreigingen aan het adres van zijn broer en echtgenote werden niet met bewijs onderbouwd.

Volgens de rechtbank hoefde de minister daarom niet aannemelijk te achten dat de familie daadwerkelijk bloedwraak wilde nemen.

Geen aanwijzingen dat autoriteiten bescherming weigeren

De man stelde daarnaast dat hij in Georgië geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen.

Hij verklaarde eerder aangifte te hebben gedaan van bedreigingen, maar dat de politie niets voor hem kon betekenen.

Ook zou een burgemeester banden onderhouden met criminelen.

De rechtbank volgt deze argumenten niet.

Volgens de rechter heeft de man zonder problemen contact gehad met de Georgische autoriteiten.

Zo kon hij een paspoort, identiteitskaart en rijbewijs verkrijgen en kon hij legaal het land in- en uitreizen.

Ook zijn er volgens de rechtbank geen aanwijzingen dat de Georgische politie hem verantwoordelijk houdt voor het overlijden van zijn medereiziger.

De gestelde banden tussen de politiek en de criminele onderwereld zijn volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd om aan te nemen dat de man daardoor geen bescherming zou kunnen krijgen.

Afwijzing blijft in stand

De rechtbank oordeelt dat de minister de asielaanvraag terecht heeft afgewezen.

Daarmee blijft het besluit van 29 oktober 2025 in stand. De man krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Tegen de uitspraak kan binnen een week na verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS