DEN HAAG – Schiphol is wat betreft luchthavengelden en overheidsheffingen opgeklommen tot de op één na duurste luchthaven in een vergelijking met twaalf concurrerende luchthavens in Europa en het Midden-Oosten. In 2019 stond Schiphol qua prijsniveau nog op plaats 12 van de dertien onderzochte luchthavens. In 2025 staat de luchthaven op de tweede plaats. Alleen Londen Heathrow is duurder.
Dat blijkt uit een benchmark die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat jaarlijks laat uitvoeren door SEO Economisch Onderzoek. Het ministerie noemt de concurrentiepositie en de kostendruk van de Nederlandse luchtvaart als belangrijke thema’s.
Wanneer specifiek wordt gekeken naar de kosten voor de landing, afhandeling en het vertrek van een vliegtuig, de zogenoemde turnaround, staat Schiphol op de vierde plaats voor toestellen die veelal worden gebruikt op intercontinentale bestemmingen. Alleen Londen Heathrow, Londen Gatwick en Frankfurt zijn in dat geval duurder.
Zorgen over concurrentiepositie
De hoge kosten komen op een moment dat ook discussie bestaat over de gevolgen van de vliegbelasting en het maximumaantal vliegtuigbewegingen op Schiphol.
Het kabinet heeft een onderzoek bestudeerd waarin wordt gewaarschuwd dat Schiphol door de combinatie van een maximum van 478.000 vliegtuigbewegingen en een hogere vliegbelasting voor langeafstandsvluchten passagiers en verbindingen zou kunnen verliezen. Dat zou volgens de onderzoekers aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse economie.
Het kabinet onderschrijft niet alle conclusies uit dat onderzoek, maar erkent wel het economische belang van Schiphol en de zorgen over een opeenstapeling van kosten voor de Nederlandse luchtvaart.
Volgens onderzoek dat het ministerie eerder liet uitvoeren, was het Schipholcluster in 2023 direct en indirect goed voor 111.200 banen. Dat komt overeen met 0,97 procent van alle banen in Nederland. De toegevoegde waarde bedroeg €11,8 miljard, oftewel 1,11 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product.
25 procent meer passagiers mogelijk
Het kabinet verwacht dat Schiphol ondanks de capaciteitsbeperkingen concurrerend en internationaal goed verbonden kan blijven.
Schiphol investeert volgens het ministerie bovendien om in de toekomst grotere en schonere vliegtuigen te kunnen afhandelen. Daardoor zou het aantal passagiers bij een gelijkblijvend aantal vliegtuigbewegingen met circa 25 procent kunnen groeien.
Het kabinet verwacht wel gevolgen van de gedifferentieerde vliegbelasting. Het aantal vluchten tussen Nederland en de Verenigde Staten zou naar verwachting met 1,5 procent afnemen ten opzichte van een situatie zonder de gedifferentieerde vliegbelasting.
Daartegenover wordt een toename verwacht van vluchten naar bestemmingen dichter bij Nederland. Welke gevolgen dit uiteindelijk heeft voor de kwaliteit van het netwerk van Schiphol moet blijken uit een jaarlijkse onafhankelijke monitor.
Risico dat maatschappijen capaciteit verplaatsen
Ook bestaat volgens het kabinet een risico dat buitenlandse luchtvaartmaatschappijen capaciteit verplaatsen naar andere Europese luchthavens. Hoe groot dat risico is, is volgens het ministerie moeilijk te voorspellen.
De invoering van de gedifferentieerde vliegbelasting zal naar verwachting slechts beperkte invloed hebben op het aantal reizigers dat uitwijkt naar andere Europese luchthavenhubs. Transferpassagiers zijn namelijk uitgezonderd van de vliegbelasting. Wel kunnen in beperkte mate extra reizigers die Nederland als begin- of eindbestemming hebben, uitwijken naar buitenlandse luchthavens.
Het kabinet wil voorkomen dat Schiphol hierdoor een slechtere concurrentiepositie krijgt en zet daarom onder meer in op meer geharmoniseerde Europese regelgeving en uiteindelijk een Europese vliegbelasting die voor alle EU-lidstaten gelijk is.
Belasting langeafstandsvluchten omlaag
In het Belastingplan 2027 stelt het kabinet voor het hoge tarief van de vliegbelasting voor langeafstandsvluchten per 1 januari 2027 te verlagen naar het Duitse niveau.
Volgens het kabinet moet dit de kosten voor luchtvaartmaatschappijen verlagen, een gelijker speelveld creëren en de concurrentiepositie van de Nederlandse luchtvaart versterken.
Het kabinet herkent ook niet de conclusie uit het aangehaalde onderzoek dat Nederland sinds de invoering van de huidige vliegbelasting miljarden euro’s aan economische activiteit zou zijn misgelopen.
Volgens het kabinet zijn de bestedingen van buitenlandse toeristen in Nederland sinds 2019 nominaal met ongeveer 30 procent gestegen. Het aantal internationale toeristen lag in 2025 11 procent hoger dan in 2019. Het gemiddelde binnen de Europese Unie bedroeg volgens het ministerie 6 procent.
De effecten van de gedifferentieerde vliegbelasting worden de komende jaren gemonitord. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het aantal vliegtuigbewegingen en passagiers, de kwaliteit van het netwerk, het aantal reizigers dat uitwijkt naar andere luchthavens en de CO2-uitstoot. De vliegbelasting als geheel wordt in 2028 geëvalueerd.






