DEN HAAG – Op verschillende Nederlandse wegen is het vervoer van waterstof en ammoniak toegenomen. Tegelijkertijd werd in 2025 op één wegvak het vastgestelde risicoplafond voor het vervoer van gevaarlijke stoffen overschreden. Die overschrijding is volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voornamelijk het gevolg van een toename van het vervoer van LNG.
Dat blijkt uit de jaarlijkse rapportage van staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland.
Voor het wegvervoer was in 2025 over het geheel genomen sprake van een daling van de vervoersaantallen van een aantal gevaarlijke stoffen. Op één wegvak werd echter een overschrijding vastgesteld van het zogenoemde PR10-6-risicoplafond.
De daadwerkelijk berekende plaatsgebonden risicocontour was daar twee meter groter dan het in het Basisnet vastgestelde plafond. Binnen deze contour bevinden zich volgens het ministerie geen zeer kwetsbare of kwetsbare objecten.
De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van het vervoer van LNG, oftewel vloeibaar aardgas.
Meer waterstof en ammoniak
Om beter inzicht te krijgen in de gevolgen van de energietransitie voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, is dit jaar voor het eerst een speciale energierapportage opgesteld.
Daaruit blijkt dat op een aantal geselecteerde wegvakken in 2025 meer waterstof en ammoniak werd vervoerd dan in 2020. Het gaat bij waterstof zowel om gasvormige als vloeibare waterstof. Bij ammoniak gaat het om vervoer in gasvorm.
Op dezelfde geselecteerde wegvakken nam het vervoer van LNG juist af.
Omdat de energierapportage voor het eerst is uitgevoerd, waarschuwt het ministerie dat op basis van deze cijfers nog geen conclusies kunnen worden getrokken. De rapportage wordt de komende jaren verder ontwikkeld. Ook wordt onderzocht hoe zichtbaar kan worden gemaakt of sprake is van een verschuiving tussen verschillende vervoerswijzen.
Gevaarlijke stoffen verschoven van Betuweroute naar Brabantroute
Ook op het spoor veranderden de vervoersstromen. Het totale vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor nam in 2025 af, maar tegelijkertijd verschoof een deel van het vervoer van de Betuweroute naar de Brabantroute en de Bentheimroute.
Op de Brabantroute leidde dat tot een aanhoudende overschrijding van de risicoplafonds op vier spoorvakken. Op nog een spoorvak ontstond een nieuwe overschrijding, waarbij het gerealiseerde risico gelijk was aan het vastgestelde risicoplafond.
Ook binnen deze risicocontouren bevinden zich volgens het ministerie geen zeer kwetsbare of kwetsbare objecten.
De verschuiving werd veroorzaakt door werkzaamheden aan Duitse zijde van de Betuweroute voor de aanleg van het derde spoor. Hierdoor was de Betuweroute gedurende 2025 geheel of gedeeltelijk gestremd.
Het ministerie verwacht dat in 2026 weer meer vervoer via de Betuweroute plaatsvindt en minder via de Brabant- en Bentheimroute.
Vloeibare waterstof per binnenvaartschip
Ook voor de binnenvaart zijn ontwikkelingen gaande. Het vervoer van gekoelde vloeibare waterstof in bulk met binnenvaarttankers is momenteel nog niet toegestaan volgens de internationale veiligheidsvoorschriften.
Nederland onderzoekt daarom samen met Duitsland of een bijzondere machtiging kan worden afgegeven waarmee vloeibare waterstof vooruitlopend op definitieve internationale regelgeving tussen Amsterdam en Duisburg kan worden vervoerd.
Volgens het ministerie verlopen de gesprekken over de noodzakelijke technische veiligheidsvoorschriften voorspoedig. Daarbij wordt ook gekeken naar ervaringen met het vervoer van vloeibare waterstof in de zeevaart.
Nieuwe regels voor gegaste lading
Voor de binnenvaart zijn daarnaast nieuwe veiligheidsvoorschriften vastgesteld voor het vervoer van graan, diervoer en houtproducten die met giftige middelen zijn begast.
Onder meer gasmetingen en alarmvoorzieningen worden verplicht. Daarmee moeten gevaarlijke situaties voor bemanningsleden en de omgeving eerder kunnen worden ontdekt.
De regels zijn op initiatief van Nederland en samen met de sector ontwikkeld naar aanleiding van eerdere incidenten. Ook zet Nederland zich bij de International Maritime Organization in voor strengere richtlijnen voor het gassen van ladingen in de zeevaart.
Meer ammoniak per spoor verwacht
Het ministerie houdt er verder rekening mee dat het vervoer van ammoniak per spoor kan toenemen vanwege de rol die ammoniak speelt binnen de energietransitie.
Nederland wil daarom dat een aanvullende technische veiligheidsvoorziening voor tankwagons internationaal verplicht wordt. Daarbij worden de moeren van het deksel van een inspectievoorziening verdiept aangebracht, waardoor de kans kleiner wordt dat het deksel bij een ongeval beschadigd raakt of opengaat.
Aanleiding hiervoor is mede een treinongeval in Servië in 2022 waarbij een trein met onder meer ammoniak ontspoorde.
Nieuwe internationale regels vanaf 2027
Vanaf 1 januari 2027 treden nieuwe versies van de internationale regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in werking. Deze worden ook in de Nederlandse wetgeving opgenomen.
Uit CBS-statistieken die in de Kamerbrief worden aangehaald, blijkt dat ongeveer 55 procent van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water plaatsvindt, waarvan 40 procent via zeevaart en 15 procent via binnenvaart. Ongeveer 40 procent gaat via buisleidingen, 2 procent over de weg en 0,8 procent over het spoor.
Voor het Basisnet Water bleven alle vervoersstromen in 2025 binnen de vastgestelde risicoplafonds.






