spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf krijgt gelijk in softwaregeschil: leverancier riskeert dwangsom tot 500.000 euro

Transportbedrijf krijgt gelijk in softwaregeschil: leverancier riskeert dwangsom tot 500.000 euro

AMSTERDAM – Een softwareleverancier moet alsnog voldoen aan een eerder vonnis over de levering en implementatie van software voor een transportbedrijf uit Limburg. De rechtbank Amsterdam heeft bepaald dat de leverancier een nieuwe dwangsom van 5.000 euro per dag riskeert, met een maximum van 500.000 euro, als het bedrijf niet aan zijn verplichtingen voldoet. De eerder opgelegde dwangsom van 50.000 euro was al volledig verbeurd en betaald. Dat blijkt uit een uitspraak van 18 september 2026, die maandag 21 september is gepubliceerd.

Het transportbedrijf houdt zich onder meer bezig met de inzameling en het vervoer van afval, zand, grind en andere bulkgoederen. In april 2018 sloot het een overeenkomst met de softwareleverancier voor de levering, implementatie en het onderhoud van een volledig geïntegreerd softwaresysteem.

Over de uitvoering van die overeenkomst ontstond een langdurig geschil.

Eerder al ruim 533.000 euro schadevergoeding toegewezen

In een eerdere procedure oordeelde de rechtbank Amsterdam op 18 februari 2026 dat de softwareleverancier op meerdere punten tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Het ging onder meer om het niet opleveren van een routeplanner en een koppeling met een externe partij, het niet volledig opleveren van een systeem voor wagenparkplanning en een klantenportaal, het advies om het systeem op 25 maart 2019 in één keer in gebruik te nemen en vertraging in de uitvoering vanaf 26 november 2019.

De rechtbank verplichtte de softwareleverancier om de vier genoemde softwareonderdelen binnen vier maanden na betekening van het vonnis volledig te implementeren en op te leveren. Aan die verplichting werd een dwangsom verbonden van 5.000 euro per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van 50.000 euro.

Daarnaast werd de leverancier veroordeeld tot betaling van 533.452 euro schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 februari 2025.

De softwareleverancier ging tegen het vonnis in hoger beroep en vroeg om schorsing van de tenuitvoerlegging. Het gerechtshof Amsterdam wees dat verzoek op 30 juni 2026 af.

Software op laatste dag van termijn in gebruik genomen

Op 1 juli 2026, de laatste dag waarop de leverancier volgens het eerdere vonnis aan zijn verplichtingen moest voldoen, kondigde het bedrijf aan verschillende softwarefunctionaliteiten in gebruik te nemen.

Volgens de leverancier was daarmee volledig en tijdig aan het vonnis voldaan. Het transportbedrijf was het daar niet mee eens. Het stelde dat de wijzigingen zonder voorafgaand overleg, zonder de mogelijkheid om te testen en zonder goedkeuring waren doorgevoerd.

Ook zou de leverancier onvoldoende hebben uitgelegd welke onderdelen precies waren opgeleverd en hoe het transportbedrijf deze kon testen en gebruiken.

De projectmanager van het transportbedrijf vroeg de volgende dag om nadere informatie over de wijzigingen. Volgens de uitspraak bleef een reactie daarop uit.

Het transportbedrijf liet de leverancier op 14 augustus een bevel tot betaling van de inmiddels verbeurde dwangsommen betekenen. De leverancier betaalde de 50.000 euro onder protest.

Transportbedrijf eist hogere dwangsom

Omdat het transportbedrijf vond dat het softwaresysteem nog altijd niet volledig was opgeleverd, begon het een nieuw kort geding.

Daarin eiste het bedrijf dat de softwareleverancier alsnog aan het eerdere vonnis zou voldoen, op straffe van een nieuwe dwangsom van 10.000 euro per dag met een maximum van 5 miljoen euro.

Volgens het transportbedrijf had de eerdere dwangsom onvoldoende effect gehad. Het stelde dat verschillende toepassingen nog altijd niet of niet naar behoren functioneerden en dat de leverancier slechts beperkte wijzigingen had doorgevoerd zonder de noodzakelijke begeleiding bij de implementatie.

De softwareleverancier bestreed dat. Volgens het bedrijf was volledig aan het eerdere vonnis voldaan en maakte het transportbedrijf onvoldoende duidelijk welke werkzaamheden nog moesten worden uitgevoerd.

De leverancier voerde daarnaast aan dat het transportbedrijf noodzakelijke informatie niet verstrekte en daarmee verdere nakoming bemoeilijkte.

De softwareleverancier wilde de eerder betaalde dwangsom terugontvangen als de rechter zou vaststellen dat het vonnis op 1 juli wel volledig was nagekomen.

Rechter: alleen software beschikbaar stellen is niet voldoende

De voorzieningenrechter acht het voorlopig aannemelijk dat de softwareleverancier nog niet volledig aan het eerdere vonnis heeft voldaan en dat van het bedrijf meer inspanningen mochten worden verwacht.

Volgens de rechter is het beschikbaar stellen van softwarefunctionaliteiten zonder verdere uitleg en ondersteuning onvoldoende om te kunnen spreken van een volledige implementatie en oplevering.

Daarbij verwijst de rechtbank naar de werkwijze die partijen eerder hadden afgesproken. Die voorziet onder meer in gezamenlijke tests, afstemming over de invoering van nieuwe functionaliteiten en goedkeuring door het transportbedrijf voordat onderdelen daadwerkelijk in gebruik worden genomen.

Van dergelijke afstemming, voorafgaande tests of goedkeuring na het eerdere vonnis is volgens de rechter niet gebleken.

De rechtbank vindt het bovendien opvallend dat er na 12 maart 2026 geen technisch overleg meer plaatsvond tussen de partijen, waarna de leverancier op 1 juli zonder voorafgaande afstemming nieuwe functionaliteiten beschikbaar stelde.

Dat de softwareleverancier het niet eens is met het eerdere vonnis en daartegen hoger beroep heeft ingesteld, verandert volgens de voorzieningenrechter niets aan de verplichting om daaraan te voldoen.

Nieuwe dwangsom tot maximaal 500.000 euro

De rechtbank vindt een nieuwe, hogere dwangsom gerechtvaardigd omdat de eerdere dwangsom onvoldoende effect heeft gehad.

De softwareleverancier moet vanaf de vijftiende dag na betekening van het nieuwe vonnis 5.000 euro betalen voor iedere dag dat het bedrijf niet aan de eerdere veroordeling voldoet, tot een maximum van 500.000 euro.

De rechter legt daarmee een lagere dwangsom op dan de door het transportbedrijf geëiste 10.000 euro per dag met een maximum van 5 miljoen euro.

De leverancier moet daarnaast 2.229,65 euro aan proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

De voorwaardelijke vordering van de softwareleverancier om de eerder betaalde dwangsom terug te krijgen, is niet inhoudelijk behandeld omdat niet aan de voorwaarde voor behandeling was voldaan.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

Na 500 nieuwe vrachtwagens eerder dit jaar bestelt Girteka er nog eens 900 bij Mercedes-Benz

HANNOVER – Transportbedrijf Girteka heeft met Mercedes-Benz Trucks overeenstemming bereikt over de bestelling van 900 nieuwe Actros L ProCabin-vrachtwagens. De voertuigen worden naar verwachting...