spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerOpvallende betalingen en mails, maar geen omkoping: twee transportondernemers vrijgesproken

Opvallende betalingen en mails, maar geen omkoping: twee transportondernemers vrijgesproken

ROTTERDAM – De rechtbank Rotterdam heeft twee bestuurders van een transportbedrijf vrijgesproken van betrokkenheid bij niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift. De zaak draaide om een jarenlange constructie waarbij ruim 21,4 miljoen euro aan onder meer opslag- en bemiddelingskosten werd gefactureerd en doorbetaald aan privéondernemingen van een medewerker van een klant. Volgens de rechtbank zijn er wel aanwijzingen die bij de bestuurders vragen hadden kunnen oproepen, maar is onvoldoende bewijs voor strafbare betrokkenheid.

De twee afzonderlijke strafzaken hebben betrekking op de bestuurders van hetzelfde transportbedrijf en vrijwel dezelfde feiten. De mannen besturen sinds 2002 samen een transportbedrijf. Nadat een belangrijke klant in 2013 failliet ging, richtten zij een nieuwe onderneming op die de klanten en bestaande afspraken van het failliete bedrijf overnam.

Daaronder viel een bestaande logistieke constructie rond goederen die vanuit Europa naar Argentinië werden verzonden. Voorafgaand aan de verzending werden deze goederen tijdelijk opgeslagen op Schiphol.

Ruim 21,4 miljoen euro

Het bedrijf factureerde aan een klant onder meer kosten voor handling en opslag. De ontvangen bedragen voor opslag werden vervolgens één op één doorbetaald aan privéondernemingen van een medewerker van die klant.

In de tenlastelegging ging het om betalingen van in totaal 21.476.612,32 euro. De omschrijving op de onderliggende facturen veranderde in de loop der jaren van ‘loodshuur’ en ‘loodskosten’ naar ‘bemiddeling van loodskosten’.

Het Openbaar Ministerie stelde dat de betalingen als giften moesten worden beschouwd. Volgens het OM werd de betreffende medewerker voor de werkzaamheden die eraan ten grondslag lagen al door zijn werkgever betaald en stonden daar geen andere werkzaamheden tegenover.

De twee bestuurders zouden volgens de aanklager feitelijk leiding hebben gegeven aan de niet-ambtelijke omkoping. Ook werden zij beschuldigd van het feitelijk leidinggeven aan het opmaken en verwerken van valse facturen.

Werkzaamheden in loods op Schiphol

De rechtbank komt tot een andere conclusie. Uit het strafdossier blijkt volgens de rechters dat de betreffende medewerker daadwerkelijk werkzaamheden uitvoerde in de loods.

Hij controleerde partijen goederen en zorgde ervoor dat deze op de juiste manier werden bestickerd. Dat was volgens de uitspraak van belang vanwege strenge controles in Argentinië en de mogelijk hoge boetes wanneer goederen niet correct waren gelabeld.

Daarnaast onderhield de man contacten tussen de betrokken bedrijven en gaf hij instructies over betalingen en de omschrijvingen die op facturen moesten worden gebruikt.

Volgens de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat hij deze werkzaamheden uitsluitend vanuit zijn reguliere dienstverband verrichtte en daarvoor dus al door zijn werkgever werd betaald. De man bleef de werkzaamheden bovendien uitvoeren nadat hij in 2022 uit dienst was gegaan.

Bemiddeling niet ongebruikelijk in logistiek

Een belangrijk onderdeel van het oordeel is dat volgens de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat het inschakelen van een bemiddelaar bij transporten en het één op één doorfactureren van bemiddelingskosten niet ongebruikelijk is in de logistieke sector.

Ook de hoogte van de bedragen was op zichzelf onvoldoende om van strafbare betalingen uit te gaan. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat de gehanteerde marge voor het bemiddelingswerk ongebruikelijk was in de branche.

De bestuurders verklaarden daarom geen aanleiding te hebben gezien om vragen te stellen over de hoogte van de bemiddelingskosten en de manier waarop werd gefactureerd. De rechtbank vindt die verklaring niet onaannemelijk.

Daarbij speelt mee dat bij twee boekenonderzoeken door de Belastingdienst in 2016 en 2018 geen bijzonderheden rond de facturen en betalingen werden vastgesteld. Ook de accountant en de curator van het eerder failliet gegane bedrijf constateerden volgens de uitspraak geen bijzonderheden.

Wel signalen die vragen hadden kunnen oproepen

Dat betekent volgens de rechtbank niet dat er helemaal geen opvallende omstandigheden waren.

Zo verliep communicatie met de betrokken medewerker tot 2022 buiten diens officiële zakelijke e-mailadres om. In berichten werd ook aangegeven dat bepaalde communicatie buiten die werkmail moest blijven.

Daarnaast was er communicatie over het verhogen van opslagkosten en veranderde de facturatiestroom nadat de medewerker in 2022 bij zijn werkgever vertrok.

Volgens de rechtbank hadden dergelijke omstandigheden voor de bestuurders aanleiding kunnen zijn om nader onderzoek te doen.

Dat zij dit niet hebben gedaan, is echter onvoldoende om vast te stellen dat zij bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de betalingen niet zuiver waren en dat ten onrechte opslagkosten in rekening werden gebracht en doorbetaald.

Geen bewijs dat facturen vals waren

Ook van valsheid in geschrift worden beide bestuurders vrijgesproken. Volgens de rechtbank lagen er daadwerkelijk diensten en werkzaamheden aan de facturen ten grondslag.

Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de facturen vals waren. Ook het verwijt dat valse facturen in de boekhouding waren verwerkt, houdt daarmee geen stand.

De rechtbank heeft beide bestuurders daarom vrijgesproken van alle drie de ten laste gelegde feiten.

OM mocht zaak wel vervolgen

De verdediging had de rechtbank gevraagd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Volgens de advocaten waren onder meer processtukken aan benadeelde partijen verstrekt voordat de verdediging haar onderzoekswensen had kunnen formuleren. Ook zou ontlastend onderzoek onvoldoende zijn uitgevoerd en ontlastend bewijs niet volledig aan het dossier zijn toegevoegd.

De rechtbank ging daar niet in mee. Er is volgens de rechters geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het OM was daarom wel bevoegd de twee mannen te vervolgen.

De twee vonnissen, ECLI:NL:RBROT:2026:10768 en ECLI:NL:RBROT:2026:10770, zijn op 24 augustus uitgesproken en op 31 augustus gepubliceerd.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres