ROTTERDAM – De rechtbank Rotterdam heeft een vrachtwagenchauffeur veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval waarbij een destijds 9-jarige fietser zwaar gewond raakte. Volgens de rechtbank reed de chauffeur aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.
Fietser over het hoofd gezien
Het ongeval vond plaats op 29 november 2024 op de kruising van de Burgemeester F.H. van Kempensingel en de Molenlaan in Rotterdam. De chauffeur stond met zijn vrachtwagencombinatie voorgesorteerd op de rijstrook voor linksafslaand verkeer, terwijl hij rechtsaf wilde slaan. De rechtbank oordeelt dat hierdoor bij andere weggebruikers de indruk kon ontstaan dat de vrachtwagen linksaf zou gaan, waardoor ruimte ontstond voor verkeer aan de rechterzijde.
De vrachtwagen stond 24 seconden stil op de kruising. In die tijd passeerde de fietser de vrachtwagen aan de rechterkant en kwam naast het voertuig tot stilstand. Toen de chauffeur vervolgens rechtsaf sloeg, zag hij de fietser niet en reed hem aan. Daarna reed hij nog enkele meters achteruit, waarbij de fietser opnieuw werd geraakt.
Slachtoffer was zichtbaar in de spiegels
De chauffeur verklaarde dat de fietser zich in zijn dode hoek bevond. Uit de verkeersongevallenanalyse bleek echter dat de fietser gedurende het hele incident zichtbaar was in één van de spiegels van de vrachtwagen. Ook droeg het slachtoffer een gele fietshelm en was de fiets voorzien van een oranje veiligheidsvlaggetje, waardoor de zichtbaarheid werd vergroot.
Volgens de rechtbank mocht van een ervaren beroepschauffeur worden verwacht dat hij, zeker tijdens de ochtendspits, in de schemering en binnen de bebouwde kom, extra voorzichtig zou zijn. Dat gold volgens de rechtbank in het bijzonder omdat hij vanaf de rijstrook voor linksafslaand verkeer rechtsaf wilde slaan.
Zwaar lichamelijk letsel
De destijds 9-jarige fietser liep zeer ernstig letsel op. Hij had onder meer meerdere bekkenbreuken, een ernstige verwonding aan zijn rechterbeen, een beschadigde bekkenslagader, letsel aan de urinebuis en een enkelbreuk. Het slachtoffer moest meerdere operaties ondergaan en langdurig revalideren. Anderhalf jaar na het ongeval was hij volgens de rechtbank nog altijd niet volledig hersteld.
Lagere straf dan geëist
De officier van justitie had een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden geëist. De rechtbank legde uiteindelijk een aanzienlijk lagere taakstraf van 40 uur op, omdat sprake was van de ondergrens van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Daarnaast woog mee dat de chauffeur niet eerder met justitie in aanraking was gekomen, spijt had betuigd, zijn excuses had aangeboden aan het slachtoffer en diens familie en zelf ook veel psychische gevolgen van het ongeval ondervond.
Wel kreeg de chauffeur een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daarmee kan hij zijn werkzaamheden als beroepschauffeur blijven uitoefenen, mits hij zich in die periode niet opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.






