LONDEN – Een scheepsmakelaar heeft een schikking van 110.000 dollar getroffen nadat onduidelijkheden tussen contractvoorwaarden hadden geleid tot aanzienlijke extra kosten voor een bevrachter. Dat meldt de International Transport Intermediaries Club (ITIC).
De zaak onderstreept volgens ITIC de risico’s waarmee scheepsmakelaars worden geconfronteerd wanneer contracten niet volledig op elkaar aansluiten bij het afsluiten van charterovereenkomsten.
Verschillen tussen contracten
De scheepsmakelaar had van zijn opdrachtgever de opdracht gekregen een schip te vinden onder een Contract of Affreightment (COA). Nadat een handelaar een nominatie had gedaan, vond de makelaar een geschikt schip en bracht hij de opdrachtgever in contact met de reder. Kort daarna werd een reisbevrachtingsovereenkomst gesloten.
Na het sluiten van de overeenkomst bleek echter dat de voorwaarden van de hoofd-COA en de reisbevrachting niet volledig op elkaar aansloten, zoals de bevrachter had verwacht.
Zo verplichtte de reisbevrachting de bevrachter om laad- en loshavens aan te wijzen en de vaarroute binnen vijf dagen na het laden te bevestigen. In de hoofd overeenkomst was voor de handelaar echter geen dergelijke beperking opgenomen.
Extra betaling van 200.000 dollar
Aanvankelijk voldeed de handelaar aan de termijn van vijf dagen, maar later maakte deze gebruik van het contractuele recht om de rotatie van de havens te wijzigen. Toen de aangepaste route aan de reder werd doorgegeven, weigerde deze de reis voort te zetten tenzij een extra betaling van 200.000 dollar werd gedaan.
Omdat er geen praktisch alternatief beschikbaar was, betaalde de reisbevrachter het extra bedrag, waardoor verlies op de reis werd geleden.
Vervolgens werd een claim ingediend tegen de scheepsmakelaar, omdat deze er volgens de bevrachter niet voor had gezorgd dat beide contracten volledig “back-to-back” waren opgesteld.
Schikking
ITIC ondersteunde de scheepsmakelaar in de procedure en stelde dat nooit expliciet opdracht was gegeven om de contracten volledig op elkaar af te stemmen. De opdrachtgever voerde aan dat dit vanzelfsprekend had moeten zijn, maar erkende later via de eigen juridische adviseurs dat dit standpunt juridisch ter discussie kon worden gesteld.
Uiteindelijk kwamen partijen tot een commerciële schikking van 110.000 dollar.
Volgens Mark Brattman, Claims Director bij ITIC, laat de zaak zien hoe gemakkelijk verschillen kunnen ontstaan tussen aan elkaar gerelateerde contracten, zelfs bij transacties die op het eerste gezicht eenvoudig lijken.
“Wanneer verplichtingen niet worden gespiegeld in contracten, kunnen partijen worden geconfronteerd met onverwachte aansprakelijkheden”, aldus Brattman. Hij benadrukt dat duidelijke instructies en een zorgvuldige beoordeling van contractvoorwaarden essentieel blijven om juridische geschillen en financiële risico’s te beperken.






