Clicky

dinsdag 24 februari 2026 - 18:01 uur

HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerRechter: Cao Beroepsgoederenvervoer geldt ook voor 'groothandel'; Hof geeft FNV ruimte om...

Rechter: Cao Beroepsgoederenvervoer geldt ook voor ‘groothandel’; Hof geeft FNV ruimte om naleving af te dwingen

DEN HAAG – Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat twee bedrijven op vordering van FNV de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg moeten naleven. Daarnaast heeft het hof een eerder kortgedingvonnis vernietigd waarin de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter (deels) was geschorst. Daarmee krijgt FNV weer ruimte om het vonnis te executeren. Wel matigt het hof de wettelijke verhoging over achterstallige loonbetalingen van 50 procent naar 35 procent. Dat blijkt uit het arrest van 17 februari 2026, gepubliceerd op 24 februari 2026.

Achtergrond: cao-naleving en dwangsom

De zaak draait om naleving van meerdere cao-bepalingen, waaronder regels over oproepcontracten, inschaling, loon (inclusief over- en weekendwerk), verblijfkostenvergoedingen, vakantiedagen en atv-dagen. De Stichting VNB, belast met cao-controle, had de ondernemingen al in 2022 verzocht om stukken en herstelmaatregelen. Volgens FNV bleef naleving uit, waarna de vakbond naar de rechter stapte.

De kantonrechter wees de vorderingen van FNV toe en koppelde daaraan een dwangsom (door de kantonrechter vastgesteld op € 250 per dag, met een maximum van in totaal € 100.000). Nadat het vonnis was betekend, stelde FNV dat dwangsommen waren verbeurd en legde zij onder meer executoriaal beslag op voertuigen.

Werkingssfeer: ook tweede bedrijf valt onder cao

Een belangrijk punt in hoger beroep was of één van de bedrijven onder de werkingssfeer van de cao valt. Dat bedrijf stelde dat het een groothandel is en dat een andere cao (foodservice/groothandel levensmiddelen) van toepassing zou zijn.

Het hof gaat daar niet in mee. Volgens het hof is voldoende aannemelijk dat dit bedrijf zich bezighield met vergunningplichtig vervoer en daarmee onder de cao kan vallen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de andere cao daadwerkelijk van toepassing is, dat die regeling gelijkwaardig is, en dat de hoofdactiviteit buiten het beroepsgoederenvervoer ligt.

Vonnis “onduidelijk” of “onuitvoerbaar”? Hof: nee

De bedrijven klaagden verder dat het oorspronkelijke vonnis te onduidelijk zou zijn om uit te voeren, bijvoorbeeld rondom inschaling, overuren en verblijfkostenvergoedingen. Het hof oordeelt dat die bezwaren vooral zien op de uitvoering en de vraag of (volledig) is nagekomen. Zulke discussies horen volgens het hof niet thuis in het hoger beroep tegen het vonnis dat de verplichting oplegt, maar in een executiegeschil.

Over de verblijfkosten merkt het hof bovendien op dat FNV in de procedure aangaf dat verrekening van een te hoog betaalde verblijfkostenvergoeding “wat FNV betreft” geen discussiepunt is.

Wettelijke verhoging gematigd naar 35 procent

Het hof vindt wel aanleiding om de wettelijke verhoging (wegens te late loonbetaling) te matigen. De reden: de werkgevers zijn pas na meerdere aanmaningen aan de slag gegaan met correcties, waardoor werknemers onnodig lang op nabetalingen moesten wachten. Matiging gaat volgens het hof tot 35 procent (in plaats van 50 procent). De wettelijke rente blijft in stand.

Kort geding: schorsing tenuitvoerlegging vernietigd

In een aparte kortgedingprocedure hadden de bedrijven eerder bereikt dat de tenuitvoerlegging van het kantonvonnis grotendeels werd geschorst (behalve de schadevergoeding aan FNV). FNV ging daartegen in hoger beroep.

Het hof geeft FNV gelijk: de bedrijven hebben volgens het hof onvoldoende concreet gemaakt waarom hun belang bij het “behoud van de bestaande toestand” zwaarder zou wegen dan het belang van FNV bij naleving en handhaving van de cao. Het hof wijst er ook op dat een dreigende faillissementssituatie onvoldoende is onderbouwd, mede omdat grote betalingsverplichtingen pas aan de orde zijn als vaststaat welke inschaling daadwerkelijk geldt.

Ook oordeelt het hof dat FNV geen misbruik van recht maakte door dwangsommen te executeren en beslag te leggen. Onder meer omdat één van de bedrijven zelf aangaf nog geen berekeningen te hebben verstrekt vanwege het standpunt dat de cao niet van toepassing zou zijn (een standpunt dat het hof afwijst).

Proceskosten

De bedrijven zijn veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep in de bodemzaak (aan de zijde van FNV begroot op € 3.567). In de kortgedingzaak zijn zij veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg (€ 2.459,22) en het hoger beroep (€ 3.596), te vermeerderen met wettelijke rente als niet tijdig wordt betaald.

Transportrisico

Van der Lee

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Vraag & Aanbod

×