DEN HAAG – De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep in een omvangrijke ontnemingszaak rond mensensmokkel moet worden verworpen. In de zaak staat de ontneming van ruim 215.000 euro centraal, na eerdere veroordeling voor het smokkelen van vijftien vluchtelingen.
De betrokkene werd in de samenhangende strafzaak veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens mensensmokkel. Daarnaast werd hem voor tien jaar verboden om beroepsmatig werkzaam te zijn in het vreemdelingenrecht.
Asielverhalen tegen betaling
Volgens het gerechtshof ’s-Hertogenbosch verkocht de man via zijn juridisch advieskantoor (deels) fictieve asielverhalen aan vreemdelingen, voornamelijk afkomstig uit Iran. Tegen betaling – vaak bedragen van 3.500 tot 7.000 euro per contract – werden cliënten geïnstrueerd over bekeringen tot het christendom, homoseksualiteit of politieke problemen na de Iraanse verkiezingen van 2009.
Het hof stelde vast dat bij doorzoeking van het kantoor 98 contracten werden aangetroffen. Naast de vijftien bewezen verklaarde gevallen ging het om tientallen andere dossiers waarbij volgens het hof “voldoende aanwijzingen” bestonden dat sprake was van vergelijkbare mensensmokkel.
Binnenkomst per vrachtwagen
Opvallend in meerdere dossiers is de wijze van binnenkomst in Nederland. Diverse betrokkenen verklaarden bij de IND dat zij:
- illegaal met een vrachtwagen vanuit Griekenland Nederland zijn ingereisd;
- met een vrachtwagen naar Nederland zijn gekomen na doorreis via meerdere Europese landen;
- per vrachtwagen vanuit Iran of via Turkije en de Balkanroute Nederland hebben bereikt;
- of na uitzetting uit een ander Europees land opnieuw per vrachtwagen Nederland binnenkwamen.
Zo verklaarde een betrokkene illegaal met een vrachtwagen vanuit Griekenland te zijn binnengekomen, terwijl een ander aangaf via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië, Oostenrijk en Duitsland naar Nederland te zijn gereisd. In meerdere gevallen werd expliciet melding gemaakt van binnenkomst per vrachtwagen als onderdeel van de smokkelroute.
Het hof zag in deze patronen, gecombineerd met sterk overeenkomende asielverhalen, aanwijzingen voor een vaste modus operandi.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het hof berekende het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel op 346.200 euro. Na aftrek van bedrijfskosten bleef 215.059 euro over. Dat bedrag moet de betrokkene aan de Staat betalen. Bij niet-betaling kan gijzeling tot drie jaar worden gevorderd.
In cassatie werd onder meer aangevoerd dat het hof ten onrechte ook andere dan de bewezen verklaarde feiten had meegeteld. De procureur-generaal oordeelt echter dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom sprake was van “voldoende aanwijzingen” voor andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e Sr.
Redelijke termijn overschreden
Wel constateert de procureur-generaal dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, omdat meer dan twee jaar verstreken zijn sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de samenhang met de strafzaak kan in de ontnemingsprocedure worden volstaan met de enkele constatering daarvan.
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad zal op een later moment arrest wijzen.
Zeventien vreemdelingen aangetroffen in koeltrailer bij ferry Hoek van Holland



