LUXEMBURG – Grote Europese vervoersprojecten ter waarde van miljarden euro’s kampen met forse kostenstijgingen en jarenlange vertragingen. Daardoor is het streefdoel om het kernnetwerk van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) uiterlijk in 2030 te voltooien niet meer haalbaar. Dat concludeert de Europese Rekenkamer (ERK) in een nieuw rapport.
De auditors actualiseren hun eerdere controle uit 2020 en stellen vast dat de vooruitzichten sindsdien verder zijn verslechterd. Waar vijf jaar geleden nog werd gesproken van een doel dat “waarschijnlijk niet haalbaar” was, luidt het oordeel nu dat het “niet zal worden gehaald”.
Kosten fors omhoog
Volgens de ERK zijn de kosten voor de aanleg van belangrijke EU-vervoersinfrastructuur sterk gestegen. In 2020 werd voor acht onderzochte megaprojecten al een reële kostenstijging van 47 procent vastgesteld ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Inmiddels is dat opgelopen tot bijna 82 procent.
Uitschieters zijn onder meer Rail Baltica, waarvan de kosten in zes jaar tijd met 160 procent zijn gestegen, en de spoorverbinding Lyon-Turijn, waar sprake is van een kostenstijging van 23 procent. Ook het kanaal Seine-Noord-Europa werd sinds de start van het project bijna drie keer zo duur. Sinds 2020 ontvingen de acht megaprojecten samen nog eens 7,9 miljard euro aan extra EU-subsidies, waarmee de totale EU-bijdrage is opgelopen tot 15,3 miljard euro.
Jaren achter op schema
Niet alleen de kosten, ook de planning loopt steeds verder uit. In 2020 constateerde de Rekenkamer al een gemiddelde vertraging van elf jaar. Uit de geactualiseerde analyse blijkt dat vijf projecten waarvoor recente gegevens beschikbaar zijn inmiddels gemiddeld zeventien jaar achterlopen op de oorspronkelijke planning.
Zo wordt de opening van de Baskische Y-spoorverbinding nu pas rond 2030 verwacht, terwijl die oorspronkelijk al in 2010 gereed had moeten zijn. De Brenner-basistunnel, ooit gepland voor 2016, zal naar verwachting op zijn vroegst in 2032 opengaan. Ook de Lyon-Turijn-verbinding en het kanaal Seine-Noord-Europa lopen jaren vertraging op.
Oorzaken en toezicht
Volgens de ERK zijn de vertragingen en kostenoverschrijdingen het gevolg van onder meer de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne, nieuwe wettelijke vereisten en onverwachte technische problemen. Daarnaast maakt de Europese Commissie volgens de auditors beperkt gebruik van haar juridische mogelijkheden om lidstaten ter verantwoording te roepen bij vertragingen.
De recente herziening van de TEN-T-verordening moet de rol van de Europese Commissie bij het toezicht op de voortgang versterken. De Rekenkamer benadrukt echter dat dit vooral effect zal hebben op toekomstige projecten en dat het succes afhangt van de daadwerkelijke uitvoering en naleving door de lidstaten.
Cruciale infrastructuur
Het TEN-T-netwerk vormt de ruggengraat van het Europese vervoer over weg, spoor, binnenwateren, zee en door de lucht. Megaprojecten, vaak met een grensoverschrijdend karakter, zijn essentieel voor betere connectiviteit en het wegnemen van knelpunten in de goederen- en personenstromen.
Volgens ERK-lid Annemie Turtelboom is de conclusie helder: dertig jaar na het ontwerp van veel projecten is voltooiing nog steeds niet in zicht. Daarmee blijft ook het beoogde effect op de Europese mobiliteit en economie voorlopig uit.



