LELYSTAD – De Rechtbank Midden-Nederland heeft een vader en zijn twee zoons veroordeeld voor het medeplegen van de moord op hun 18-jarige dochter en zus. De vader krijgt een gevangenisstraf van 30 jaar voor het doden van zijn dochter. De twee broers zijn ieder veroordeeld tot 20 jaar cel.
Lichaam gevonden in Oostvaardersplassen
Op 28 mei 2024 trof een boswachter in natuurgebied Oostvaardersplassen het levenloze lichaam van de jonge vrouw uit Joure aan. Ze lag op haar buik in het water, vastgebonden met ducttape. Al snel werd duidelijk dat aan haar gewelddadige dood een langdurig familiedrama voorafging. Binnen de familie werden keuzes en gedrag van de jonge vrouw afgekeurd, met name haar wens om geen hoofddoek te dragen en haar omgang met jongens. Het gezin stond al jaren onder begeleiding van hulpverlening.
In de nacht van 25 op 26 mei 2024 verscheen de vrouw zonder hoofddoek live op TikTok en sprak zij over haar familie. Dat leidde tot boosheid binnen het gezin. Uit onderzoek blijkt dat de broers op 27 mei haar verblijfplaats in Rotterdam hebben achterhaald en haar vervolgens naar de Oostvaardersplassen hebben gebracht.
Vooropgezet plan
De rechtbank concludeert dat de drie mannen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de dood van de jonge vrouw. Chatgesprekken tonen aan dat vader en zoons op 27 mei 2024 actief bezig waren haar op te sporen en maatregelen te treffen. Tijdens de autorit van Rotterdam naar de Oostvaardersplassen kregen de broers instructies van hun vader, onder meer over de te rijden route en over het wissen van gegevens op telefoons.
Locatiegegevens en berichten laten zien dat alle drie de mannen in de betreffende nacht op de Knardijk in Lelystad waren. Op basis van hoogtegegevens concludeert de rechtbank dat de vader met ten minste één van zijn zoons op de plek is geweest waar de vrouw later is aangetroffen. Op de schoenen van die zoon zijn bovendien algen gevonden die overeenkomen met de vindplaats.
Medeplegen van moord
Onder de nagels van het slachtoffer en op circa 18,5 meter ducttape waarmee zij was vastgebonden, is DNA van haar vader aangetroffen. De rechtbank leidt hieruit af dat de vader zijn dochter heeft vastgebonden, gewurgd en in het water heeft achtergelaten. Van één zoon staat vast dat hij eveneens op de plek is geweest waar zijn zusje is vastgebonden en te water is geraakt.
Van de andere zoon is niet vastgesteld wat zijn exacte rol was in de laatste minuten, maar volgens de rechtbank doet dat niet af aan zijn schuld. Hij had een essentieel aandeel: samen met zijn broer haalde hij zijn zus op en bracht haar naar een afgelegen plek, in de wetenschap wat haar te wachten stond. Na afloop probeerden de broers sporen te wissen en hielpen zij hun vader bij zijn vlucht.
De verklaringen van de broers dat zij hun zus zouden hebben willen beschermen tegen de woede van hun vader, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Volgens de rechtbank is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, waardoor alle drie worden veroordeeld voor medeplegen van moord.
Eerwraak en femicide
De rechtbank spreekt van een ‘planmatige moord in familieverband’. De familie-eer speelde daarbij een grote rol. Daarnaast kwalificeert de rechtbank de zaak als femicide. Het motief wordt als zeer kwalijk en strafverhogend aangemerkt. De vader, die het doden van zijn dochter heeft bekend, had een leidende rol en is na de moord gevlucht naar Syrië, een land zonder rechtshulprelatie met Nederland.
De rechtbank schrijft daarover: “Terwijl hij de mond vol heeft van eer, heeft hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft hij zijn familie in een deplorabele staat achtergelaten.”
De vader krijgt de maximale tijdelijke gevangenisstraf van 30 jaar, vijf jaar hoger dan geëist door het Openbaar Ministerie. De rechtbank weegt daarbij zwaar mee dat hij de moord zelf heeft uitgevoerd, uiterst berekenend te werk is gegaan en zijn zoons bij het misdrijf heeft betrokken. De broers zijn, conform de eis van het Openbaar Ministerie, veroordeeld tot elk 20 jaar cel.



