DEN HAAG – Ouders die hun kinderen niet naar school willen laten gaan, maar bijvoorbeeld thuisonderwijs willen geven wegens geloofsovertuigingen, krijgen hiervoor vanaf komend schooljaar minder gemakkelijk toestemming.
Gemeenten gaan aanvragen hierover strenger beoordelen naar aanleiding van een recent arrest door de Hoge Raad, zo blijkt uit nieuwe richtlijnen hierover van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Voor kinderen met een lopende vrijstelling wordt voortaan gestuurd op terugkeer naar school.
In de zaak van de Hoge Raad wilden ouders op grond van hun geloofsovertuiging, de tasawwuf, leerplichtvrijstelling voor hun dochter. Het gerechtshof ging eerder mee in bezwaren van hen tegen religieuze scholen in de omgeving, maar niet tegen openbare scholen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel onlangs. Leerplichtvrijstellingen, aldus de hoogste rechter, kunnen voortaan alleen nog gegeven worden als openbare scholen niet binnen redelijke afstand liggen van het huis van aanvragers.
VNG vindt 6 kilometer voor het primair onderwijs en 20 kilometer voor het voortgezet onderwijs redelijke afstanden, zo blijkt uit donderdag verspreide richtlijnen. Huishoudens met scholen binnen die range hoeven niet te rekenen op een vrijstelling. “Uitgangspunt is immers dat het openbaar onderwijs in Nederland voldoet aan de door de Hoge Raad genoemde criteria dat het onderwijs, dat godsdienstig, levensbeschouwelijk of maatschappelijk van aard is, plaatsvindt op een objectieve, kritische en pluralistische manier”, zo verduidelijkt VNG.
Voor kinderen die al langere tijd niet naar school gaan, wordt toegewerkt naar “een zorgvuldige terugkeer naar onderwijs”, aldus VNG. Voor het komende schooljaar 2026-2027 zijn er “nog geen consequenties”, wel wordt een traject opgestart met een individueel plan voor terugkeer naar school.






