DEN HAAG – Nieuwe verplichtingen om energiebesparende maatregelen te nemen, dwingen bedrijven tot extra investeringen van opgeteld 1 miljard euro. Tegelijkertijd is het nog onduidelijk of die aangescherpte regels noodzakelijk zijn, waarschuwt het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) in een brief aan het kabinet. De waakhond adviseert de nieuwe regels daarom niet in de voorgestelde vorm in te voeren.
In de plannen van de regering zouden bedrijven of instellingen vanaf volgend jaar energiebesparende maatregelen moeten nemen die zich binnen zeven jaar of minder terugverdienen, om zo minder CO2 uit te stoten of om het energienet minder te belasten. Nu ligt die grens nog op een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. Het ATR wijst erop dat hiervoor grote investeringen nodig zijn, die mogelijk niet in verhouding staan tot de baten.
Eerdere rapporten over de besparingsplicht constateerden dat het slecht gesteld is met het naleven van de bestaande regels. Ook zijn er andere knelpunten bij de huidige opzet, zoals complexe rapportages die niet altijd bruikbaar zijn voor het toezicht. Dit eerst verbeteren levert mogelijk meer winst op, denkt het ATR.
Er zitten ook versimpelingen van de energiebesparingsplicht in de voorgenomen aanpassingen. Zo worden minder bedrijven verplicht te onderzoeken en te rapporteren welke besparingsmaatregelen ze moeten nemen. Maar per saldo leveren de aanpassingen van de regels bedrijven meer lasten op door de 1 miljard euro aan benodigde investeringen, stelt het ATR.






