DEN HAAG – Het gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat een Rotterdams recyclingbedrijf een chauffeur ten onrechte op staande voet heeft ontslagen wegens vermeend frauduleus ziekteverzuim. Het hof vernietigt daarmee een eerdere uitspraak van de kantonrechter, die het ontslag nog rechtsgeldig had verklaard.
De werknemer trad op 1 mei 2024 in dienst als chauffeur CE met haakarm en meldde zich begin juni ziek nadat hij volgens eigen zeggen zijn knie had verdraaid tijdens het werk. Het bedrijf schakelde vervolgens een bedrijfsrecherchebureau in nadat twijfels waren ontstaan over de ernst van zijn klachten.
Volgens het rechercheonderzoek werd de chauffeur onder meer gezien terwijl hij zonder krukken trap liep, zijn honden uitliet, autoritjes maakte en zich ophield op een voetbalveld. Op basis daarvan besloot de werkgever hem op 27 juni 2024 op staande voet te ontslaan.
Hof: werkgever handelde te snel
Het gerechtshof oordeelt echter dat de observaties onvoldoende waren om direct tot ontslag op staande voet over te gaan. Volgens het hof had de werkgever eerst opnieuw een bedrijfsarts of arbodienst moeten raadplegen voordat zoān ingrijpende maatregel werd genomen.
Het hof wijst erop dat de arbeidsongeschiktheid van de chauffeur nooit daadwerkelijk ter discussie stond. Ook bleek uit medische stukken dat de werknemer al langer knieproblemen had en eerder operaties had ondergaan.
Daarnaast stelde het hof vast dat de bedrijfsarts de beperkingen niet uitsluitend had gebaseerd op verklaringen van de werknemer, maar ook op eigen waarnemingen tijdens een consult.
Waarnemingen niet onverenigbaar met klachten
Volgens het hof waren de waarnemingen van de werkgever en het recherchebureau niet onverenigbaar met de knieklachten van de chauffeur. De werknemer verklaarde onder meer dat zijn situatie gedurende de dag verslechterde, dat hij soms wel degelijk krukken gebruikte en dat hij noodgedwongen boodschappen moest doen en zijn honden moest uitlaten.
Ook speelde mee dat de chauffeur als vrachtwagenchauffeur met haakarmcontainers fysiek belastend werk verrichtte, waaronder het bedienen van installaties en het spannen van netten over containers.
Het hof concludeert dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was.
Werkgever moet vergoedingen betalen
Het recyclingbedrijf is veroordeeld tot betaling van:
- 3.456 euro bruto aan gefixeerde schadevergoeding
- 3.456 euro bruto aan billijke vergoeding
- 183,06 euro bruto aan transitievergoeding
- 525 euro netto aan achterstallige overuren
Daarnaast moet het bedrijf de proceskosten van beide instanties betalen.





