Bij de Hoge Raad ligt een strafzaak voor over de diefstal van een afzetcontainer met oud metaal, maar volgens de procureur-generaal is er geen reden om de eerdere veroordeling van de verdachte terug te draaien. Dat blijkt uit een vandaag, vrijdag 3 april 2026, gepubliceerde conclusie van het Parket bij de Hoge Raad.
De zaak draait om de diefstal van een afzetcontainer met daarin een hoeveelheid oud metaal op 8 november 2022. De container behoorde toe aan een bedrijf en was in bruikleen van een afvalverwerker. Volgens het gerechtshof ās-Hertogenbosch heeft de verdachte samen met een ander de container weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Container geladen met haakarm vrachtwagen
Uit de stukken blijkt dat de container alleen met een haakarm vrachtwagen kon worden vervoerd. De politie kwam de rode vrachtwagen op het spoor nadat een tip was binnengekomen van een metaalhandelaar. Op 8 november 2022 werd het voertuig gevolgd en uiteindelijk aangetroffen op een vrachtwagenparking, met daarop de gestolen groene container geladen met gebruikte metalen.
In de directe nabijheid van die vrachtwagen stond een witte Mercedes-bestelbus. In die bus zaten de medeverdachte en de later veroordeelde verdachte. Die bestelbus bleek door de verdachte te zijn gehuurd.
Camerabeelden speelden belangrijke rol
Op camerabeelden was te zien hoe een haakarm vrachtwagen bij het terrein van een bedrijf arriveerde, vrijwel direct gevolgd door een witte bestelbus. Vervolgens werd de container op de vrachtwagen geladen. Ook was te zien dat een persoon na het opladen handelingen verrichtte aan de achterzijde van de vrachtwagen, waarna het voertuig wegreed.
Het hof leidde daaruit af dat sprake was van een gezamenlijk plan en een nauwe en bewuste samenwerking tussen beide verdachten. Volgens het hof heeft de verdachte niet alleen de bestelbus bestuurd, maar ook geholpen bij het vastmaken van de container en op de uitkijk gestaan.
Verweren advocaat zonder succes
De verdediging voerde in cassatie onder meer aan dat onvoldoende bewezen was dat de verdachte de bestuurder van de bestelbus en de persoon op de camerabeelden was. Ook werd geklaagd over de strafmotivering. De procureur-generaal gaat daar niet in mee.
Volgens de conclusie zijn de gevolgtrekkingen van het hof niet onbegrijpelijk. Dat geldt ook voor het oordeel dat de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig waren, omdat er op dat moment al een redelijk vermoeden van schuld bestond aan diefstal of heling van de container.
Taakstraf van 120 uur blijft volgens conclusie in stand
De politierechter veroordeelde de verdachte eerder tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. Dat vonnis werd later door het hof bevestigd, met aanvulling en verbetering van de gronden.
De procureur-generaal adviseert de Hoge Raad nu om het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad moet daar nog definitief over beslissen.




