ROTTERDAM – De flink opgelopen prijzen van olie en gas door de Iranoorlog zetten de chemische industrie in Nederland verder onder druk, stellen brancheorganisaties. Het afgelopen jaar sloten fabrieken al de deuren in de Rotterdamse haven, mede door hoge kosten.
“De chemische industrie maakt intensief gebruik van olie en gas, zowel als grondstof als voor energie”, legt hoofd Klimaat & Energie van brancheorganisatie voor de chemische industrie VNCI Mark Intven uit. “Daardoor raken de huidige koersstijgingen bedrijven in de sector op twee van hun meest cruciale kostenfactoren.”
Toch zijn de eerste signalen uit de Nederlandse markt nog niet zo heftig als tijdens het uitbreken van de oorlog in OekraĆÆne, stelt Intven. “Maar de ontwikkelingen zijn wel degelijk zeer ongunstig voor de industrie.”
Onder druk
De chemische industrie staat sinds het uitbreken van de oorlog in OekraĆÆne in 2022 onder druk. Volgens ING-econoom Bert Colijn kan een langdurige stijging van de energiekosten “de hoop op herstel de grond inboren”.
“De chemie staat al extreem onder druk en dit maakt de puzzel extra complex”, laat een woordvoerster van belangenorganisatie van Rotterdamse bedrijven Deltalinqs weten. “Hogere energiekosten waren al lang een groot issue voor de Nederlandse industrie.” Deltalinqs ziet dat het kabinet hier enkele maatregelen voor wil nemen en pleit voor het versneld invoeren daarvan.
Niet alleen de olie- en gasprijzen raken de industrie, maar ook de prijsstijging van chemische producten, stelt Intven. Het getroffen gebied speelt een steeds grotere rol in de productie van petrochemicaliƫn, zoals methanol en ammoniak, waardoor daar de prijzen ook van stijgen, legt hij uit.




